10 jul 2022 | Geloven, Interview

‘Kerken doen veel in de samenleving, dat zouden ze meer uit moeten venten’

Geschreven door Marieke van Willigen

Hoofdredacteur Marieke van Willigen gaat ingesprek met Utrechters en bespreekt met ze waarom hij of zij niet meer naar de kerk gaat. Deze editie: Inette Mennen.

“Als kind ging ik naar een gewone gereformeerde kerk, de Kruiskerk in Nijkerk. Ik heb daar positieve herinneringen aan, bijvoorbeeld aan Kerst. Je mocht je allermooiste jurk aan, we zongen liederen en deden toneelstukjes. Ik genoot van de verhalen. Ik weet niet of mijn ouders veel aansluiting hadden, ik hoorde ze nooit over vrienden vanuit de kerk. Na de kerkdienst gingen we vaak meteen naar huis. Toen ik een tiener was, vond ik het leuk om samen met mijn zus naar de oecumenische kerkdiensten van de GGZ-instelling Veldwijk in Ermelo te gaan. Die kerkdiensten waren laagdrempelig en vrolijk, er gebeurde altijd wat. Iemand die halverwege de dienst opstond om naar het toilet te gaan, de wc-deur wijd open liet staan en daarna doortrok. Op mijn achttiende, in de jaren ’90, ging ik in Utrechtstuderen, ik ging op kamers. Ik ben nog naar de Janskerk gegaan. Maar ik vond er geen aansluiting.”

“Daarna is het er niet meer van gekomen. Op dit moment geloof ik nog wel in God, hoewel ik moetzeggen dat mijn geloof steeds meer neigt naar Ietsisme. Ik heb nooit de transfer kunnen maken van vertrouwen in jezelf naar vertrouwen in God. Dat moet vast samen kunnen gaan, maar ik weet niet hoe. En de uitspraak dat Jezus voor onze zonden gestorven is, vind ik vreemd en te makkelijk gezegd. Ik zou me kunnen vinden in een kerk waar ik er mag zijn met mijn twijfels. Ik zou me best onderdeel willen voelen van een gemeenschap. Misschien zou ik weer naar de kerk zijn gegaan, als ik kinderen had gehad. Ik kan me voorstellen dat ik ze hetzelfde mee zou willen geven als wat ik meekreeg. Los daarvan denk ik dat de kerk nieuwelingen beter in de gaten moet houden. Ze erbij moet betrekken en ze niet het gevoel geven van ‘jij bent nieuw, jij wilt iets van ons’, maar andersom, een kerk moet je welkom heten. Ik denk dat ‘welkom heten’ de kracht moet zijn van een kerk. De kerken doen veel in de samenleving, hier ook in de stad. Kerken zouden dat veel meer uit moeten venten, want welke Utrechter weet dat nou?”

Wat ik positief vind aan mijn christelijke opvoeding, is dat je in de kerk leert om te zien naar elkaar. En wekelijks hoorde je in de kerk vragen over waar je vandaan komt, en waar je naartoe wilt in dit leven. Ethische kwesties komen langs, daar word je mee grootgebracht. ‘Individualisme’ was vroeger bij ons thuis bijvoorbeeld een vies woord. ‘Dan wordt het ieder voor zich, de samenleving wordt er harder van’ zeiden mijn ouders. In de kern klopt dat, denk ik. Het nadenken over het waarom, vind ik een meerwaarde van mijn christelijke opvoeding. Maar de kerk? Ik heb me ooit uitgeschreven en me nergens meer ingeschreven.“

Inette Mennen (49) is werkzaam in de bedrijfsgezondheidszorg als trainer en coördinator. Daarnaast is zij gastdocent.

Beeld: Hilma ten Boske

Diaconie Utrecht helpt

In opdracht van PGU

Gerelateerde verhalen

Meer

Volg ons

Volg de PUP-nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van alle updates van PUP? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief.

Volg ons