Door Rijk Schipper

Wat gebeurt er met je als alles op zijn kopt komt te staan? Welke deuren gaan er open en welke gaan er dicht? En wat zijn de gevolgen van een omwenteling voor het dagelijks leven?
In de geschiedenis zien we frappante voorbeelden van omwentelingen. Als Jezus tegen Petrus, Jakobus en Johannes zegt dat ze hun boten en netten moeten achterlaten om ‘vissers van mensen’ te worden, doen ze dat meteen. Hun leven zal voortaan bestaan uit rondtrekken en Jezus’ boodschap uitdragen.

De Farizeeër Saulus is op weg naar Damascus, om daar christenen op te sporen en ze vervolgens voor het gerecht te dagen. Plotseling schijnt er een stralend licht uit de hemel, waardoor hij wordt verblind. Ook hoort Saulus de stem van Jezus, die hem verwijt dat hij de christenen vervolgt. In de stad aangekomen wordt hij verzorgd door de christen Ananias. Dan beseft Saulus dat hij zijn leven moet omgooien. Terwijl hij zich voortaan Paulus noemt, begint hij het evangelie te verspreiden.

Een ander mooi voorbeeld van omwenteling is dat van Augustinus. Na allerlei geestelijke omzwervingen, die hem langs allerlei sekten en filosofische stromingen leiden, omarmt hij het christendom. In het jaar 387 laat Augustinus zich in Milaan dopen door bisschop Ambrosius, samen met zijn vriend Alypius en met zijn zoon Adeodatus. Vanaf nu zal zijn leven er heel anders uitzien. Zijn leerstoel in de retorica geeft hij op om voortaan de kerk te dienen.

Lichtzijde
Een omwenteling gaat vaak gepaard met het zien van licht. Dat bleek al uit het voorbeeld van Paulus op weg naar Damascus. Voorafgaand aan een grote veldslag krijgt keizer Constantijn een groot licht te zien, met daarin het teken van het kruis. Verder zijn er veel verslagen van minder bekende mensen die zo’n lichtervaring hebben gehad.
Je kunt ook in geestelijke zin spreken van ‘het licht zien’. Mensen vertellen dat de wereld er voor hen opeens heel anders uitziet. Van ongeluk gaan ze over in geluk, van depressie in blijdschap. Het voorheen gespleten zelf wordt één. Ambities, ideeën en verlangens die eerst een bestaan in de marge leidden, komen nu in het middelpunt te staan. Het leven krijgt een enorme, schwung, impuls, boost, of hoe je het maar wilt noemen.

Schaduwzijde
Een omwenteling houdt niet zelden in dat mensen de voorafgaande periode in sombere kleuren afschilderen. Als ze dan vertellen waar hun zondige en verdorven leven concreet op neerkwam, ben je soms geneigd te denken: is dat nou alles?
Petrus noemt zichzelf, als hij door Jezus wordt geroepen, een ‘slecht mens’. Toch zijn er van hem geen major crimes bekend. Paulus heeft meer reden om zich te generen voor zijn verleden. Toen een van de eerste christenen, Stefanus, in Jeruzalem werd gestenigd, keek hij instemmend toe. Zoals gezien begaf hij zich met snode plannen naar Damascus. Maar dat alles maakte hij meer dan goed door zijn latere inzet voor de goede zaak.
Vooral Augustinus tekent zijn jongere jaren in zwarte tinten. Dieptepunt is wel het stelen van peren uit een boomgaard. In zijn studententijd geeft hij zich af met losbandige types. Toch moet hij erkennen dat hij hun slemppartijen niet kan bijhouden en dat hij zich liever aan de studie wijdt.
Hoe dan ook ervaren mensen de voorafgaande periode van hun leven als problematisch en voelen ze zich daarover schuldig. Pas na het sluiten van sommige deuren gaan andere deuren open.

Verzet en overgave
De psychologie van de omwenteling wordt indringend beschreven door Augustinus in zijn autobiografie, de Belijdenissen. Aan de grote ommekeer in zijn leven gaat een periode van grote onrust vooraf. Zelfs als hij rationeel inziet dat hij een nieuwe weg moet inslaan, verzetten zijn oude gewoontes zich daartegen. Uiteindelijk laat Augustinus zijn tranen de vrije loop. Onderzoek wijst uit dat mensen in de late oudheid wel erg gemakkelijk in huilen uitbarsten. Maar ook bij ons kan dit voor opluchting zorgen. De sluizen gaan open, waardoor een nieuw élan kan doorbreken.
Maarten Luther heeft er grote moeite mee dat God steeds zware eisen aan hem stelt. Hoewel hij als monnik zijn uiterste best doet om vroom te leven, heeft hij onophoudelijk het gevoel tekort te schieten. Dan beseft hij dat God niet zozeer prestaties van de mens eist, als wel zijn goddelijke genegenheid wil schenken. Dat inzicht zorgt bij Luther voor een enorme ontspanning. Hij laat zijn verzet varen en geeft zich over aan Gods liefde.

Dagelijks leven
Tot nu toe zou het kunnen lijken dat omwentelingen alleen iets zijn voor geloofshelden en heiligen. Maar het is een goed protestants principe dat een geestelijke verandering moet blijken in de praktijk van het dagelijks leven. Daarmee ligt een omwenteling ook binnen het bereik van ‘gewone’ mensen. Je hoeft geen spirituele virtuoos te zijn om bij God in de smaak te vallen. Ook wie een druk leven leidt en zich tot het uiterste moet inspannen om het hoofd boven water te houden, kan rust vinden in Gods liefde. ‘Ja, ik geloof’: dat is voldoende.
Zoals Paulus in zijn tweede brief aan de Korintiërs (5,17) onvergelijkelijk samenvat: wie zich met Christus inlaat, wordt een nieuw mens. ‘Het oude is voorbijgegaan, kijk: alles is nieuw geworden!’

Dr. H.G. Schipper is theoloog en classicus. Hij is verbonden aan de Nicolaikerk.