Jessy de Cooker duikt dieper in het leven van de in de Tweede Wereldoorlog gedeporteerde joods-protestantse groenteverkoper Jeannetta Brouwer-Swaab. Op de website van PUP geeft hij periodiek een update van zijn bevindingen. In deel 1: de archieven zijn weer open. Tijdens zijn eerste bezoek aan het Utrechts Archief na de lockdownsluiting door de coronamaatregelen  doet Jessy een verrassende ontdekking.

Drie archiefstukken heb ik opgevraagd: een fiche met gegevens van Utrechtse predikanten over de periode 1577-1946, stukken met betrekking tot onteigening en rechtsherstel na de Tweede Wereldoorlog uit het archief van Pastoe en een lijst opgesteld door de Nederlandse hervormde kerk waarop namen, adressen, geboortedatums en categorieën van christen-joden vermeld staan die in aanmerking kwamen of al in bezit waren van een zogenoemde Angehörigkeitsverklaring. Vooral het laatste archiefstuk heeft mijn hoogste prioriteit. Dit bevat namelijk ook lijsten met al in 1942 – 1944 uit Utrecht gedeporteerde joden; mensen die al dan niet met een verklaring vrijgesteld hadden kunnen zijn van deportatie.

Jeannetta Archief 1

Plaatsnamen, adressen, geboortedatums en namen van gedeporteerde mensen vullen de papieren. Bron afbeelding: Jessy de Cooker/Het Utrechts Archief

Een Utrechtse protestant op jodentransport naar Auschwitz

Lezers van mijn verhalenreeks ‘Een Utrechtse protestant op jodentransport naar Auschwitz’ voor PUP over Jeannetta Brouwer-Swaab zullen weten dat zij officieel op 25 februari 1903 als dochter van de joodse Joseph en Leentje trouwt met de protestantse Maarten Brouwer. Dat dit uiteindelijk geen impact had op haar deportatie is te lezen in het vierde verhaal in de zesdelige reeks. Op 24 maart 1903 is Jeannetta  door haar belijdenis en doop in de Jacobikerk volwaardig lid geworden van de Hervormde Gemeente Utrecht.

Ze leeft, tot het overlijden van haar man op oudejaarsdag 1926, in een zogeheten gemengd huwelijk met Maarten. Ook als weduwe blijft Jeannetta vanuit haar groentewinkel op Lange Lauwerstraat 15 actief in Wijk C. Ook blijft ze ingeschreven in de Jacobikerk. Het nieuws van haar deportatie op dinsdag 25 augustus 1942 zorgt voor de nodige oproer in de Lange Lauwerstraat die niet beperkt blijft tot haar buren. Het nieuws moet in ieder geval Hendrik Carel Briët hebben bereikt. Briët is de wijkpredikant van Jeannetta.

Briët verzendt op 26 augustus 1942 – de dag dat Jeannetta in Westerbork wordt geregistreerd – een telegram aan Erich Deppner, de toenmalige kampcommandant: ‘De Kerkeraad der Ned. Hervormde Gemeente te Utrecht verklaart, dat Jeanette Swaab (sic), Weduwe M. Brouwer (gemengd huwelijk), geboren 11 september 1875 wonende Lange Lauwerstraat 15 vóór 1 januari 1941 “eine Christlichen Konfession angehörig” is (Ned. Hervormd).’ Hij beroept zich in het op de uitkomst van overleg van de Nederlandse Kerken met de bezetter. Dit heeft aanvankelijk in de zomer van 1942 geleid tot afspraken met de Duitse bezetter over het vrijwaren van joodse christenen van deportatie. Voor 1 januari 1941 tot het christendom bekeerde en gedoopte joden zouden worden vrijgesteld van deportatie. Zij krijgen een zogenaamde Angehörigkeitverklaring.

Terugkeer

Het is de eerste keer in tijden dat ik in de archieven ben. Het Utrechts Archief is net heropend door versoepelingen van de coronamaatregelen. Voor het eerst sinds de herfst van het afgelopen jaar schuif ik weer de studiezaal in. Ik hoop antwoorden te vinden op vragen over een mogelijke deportatievrijstelling van Jeannetta. Was ze daadwerkelijk in het bezit van een vrijstelling waar Hendrik Carel Briët in zijn brief en telegram aan het kampcommando van Westerbork naar verwees? Een van de opgevraagde documenten zou een antwoord op die laatste vraag moeten geven.

Het document met lijsten van Nederlandse gereformeerde kerken met namen en adressen van joodse christenen ligt bij aankomst al klaar. Op de witgelige papieren omslag staat enkel de tekst ‘NEDERLANDSCHE HERVORMDE KERK’; alle letters staan in kapitalen. Tussen de omslag zit een duimdikke stapel losse documenten. Het zijn lange lijsten, verdeeld op plaatsnaam in – op het oog – geen chronologische of alfabetische volgorde.

Jeanette Swaab uit Amsterdam woont om de hoek van het Olympisch Stadion. Bron afbeelding: Jessy de Cooker/Het Utrechts Archief

‘Derhalve in bezit zijn van eene Angehörigkeitverklaring’

Plaatsnamen, adressen, geboortedatums en namen van gedeporteerde mensen vullen de papieren. De plaatsnamen beperken zich niet tot Utrecht, maar gaan kriskras door het land: van Amsterdam tot Velp en van ’s Gravenhage tot Vlissingen.

De lijsten lijken eindeloos, als de mate waarin we ons leven willen leven. Zonder het brute einde dat de bezetter waarschijnlijk voor de mensen, wiens namen op deze lijst staan, voor ogen had. Achter alle namen op deze lijsten schuilen mensen die ‘weggevoerd’ zijn en volgens het titelblad voorkomen op lijsten van gereformeerde kerken in Nederland en ‘derhalve in bezit zijn van eene Angehörigkeitverklaring’. Achter de persoonsgegevens staat een getal, oplopend van 1 naar 5.

Bij het bestuderen van de lijsten trekt de naam van ene Jeanette Swaab uit Amsterdam, waar zij om de hoek van het Olympisch Stadion woont, de aandacht. Maar zij blijkt met een geboortedatum van 21 juni 1900 veel jonger dan ‘onze’ Jeannetta. Haar vinden we op pagina 43 van de documentenstapel, een pagina waar bovenaan prijkt onder de naam van haar man. Jeannetta wordt aangeduid als “Jeannette Brouwer, geb. Swaab”. Ook het woonadres en geboortedatum komen overeen met ‘onze’ Jeannetta, en maken een golf van opluchting los. Haar naam staat op de lijst. Ze zou in het bezit moeten zijn geweest van een Angehörigkeitverklaring’.

Het eerste verhaal in de reeks over Jeannetta Brouwer-Swaab sprak ik in. De tekst loopt hieronder verder.

Afspraken met de bezetter

Maar wat betekenen die categorieën? Dat wordt na thuiskomst duidelijk. In het onderzoek ‘Voor de nazi’s geen Jood’ van UvA-historica Petra van den Boomgaard staat op pagina 138 het volgende:

“Uit de circulaire van 21 augustus 1942 van de ‘Algemene Synode Commissie der hervormden aan de kerkeraden’ bleek dat met de bezetter was afgesproken dat men geacht werd op 1 januari 1941 te ‘behoren tot de christelijke kerk’.

Daarbij waren de volgende voorwaarden gesteld: ‘tot een christelijke kerk te behoren zij:

  1. die geboren zijn uit de tot de kerk behorende ouders;
  2. die onderwijs in de christelijke leer ontvangen met de bedoeling tot belijdenis des geloofs te komen;
  3. die de godsdienstoefeningen regelmatig bijwonen en met wie de kerkenraad geestelijk contact heeft;
  4. die gedoopt zijn;
  5. die belijdenis des geloofs hebben afgelegd’.”

Een intrigerende twist

Dat Jeannetta mogelijk in categorie 4 en 5 valt is eigenlijk geen verrassing. Ten tijde van haar huwelijk met Maarten doet ze belijdenis en wordt ze ook lid van de Jacobikerk. Onderzoek uit 2007 van NIOD-onderzoeker Coen Stuldreher naar gemengd gehuwden wijst uit dat van de gemengd gehuwde joden ongeveer tweeduizend opgepakt zijn. Bijna 1300 van hen werden al dan niet tijdelijk geïnterneerd en de overige ruim 700 werden gedeporteerd. Navraag bij historicus Ad van Liempt wijst uit dat een Angehörigkeitverklaring tegenwoordig misschien gezien zou kunnen worden als privilege, maar dat er in de praktijk van duidelijk beleid geen sprake was. “Er was een permanente strijd in alle geledingen van de nazi-hiërarchie over de vraag wanneer iemand als joods aangeduid kon worden. De Duitsers waren zeer inconsequent daarin en daardoor zijn er heel veel gemengd gehuwde joden op het nippertje ontkomen.” Jeannetta was juist een van de gedeporteerden, net als alle anderen in het document.

Op dit moment werk ik voor PUP aan bundeling en uitbreiding van de verhalen over Jeannetta Brouwer-Swaab. Het feit dat ze ondanks haar Angehörigkeitverklaring gedeporteerd is, maakt haar verhaal nog intrigerender. Dit vraagt om meer onderzoek.

Wilt u getipt worden als het boek verschijnt? Mail dan naar jessydecooker@gmail.com

Bron uitgelichte afbeelding: Jessy de Cooker/Het Utrechts Archief.