2 jul 2022 | Nieuws, Oekraïne

Oekraïense vluchtelingen opvangen in De Meern: één grote familie

Geschreven door Annelies Buit

Familie Bink uit De Meern heeft er sinds dit voorjaar zes nieuwe leden bij: Viktoria, Valentina en Olena en hun dochters Kira, Eva en Kamila. Deze drie Oekraïense vrouwen en hun dochters wonen in het souterrain van Margriet Bink en haar gezin. ‘Wij hebben zo’n groot huis, dat konden we in zo’n crisissituatie niet voor onszelf houden.’

Sinds eind maart werkt Margriet Bink (48) aan de keukentafel in haar witte vrijstaande huis in De Meern. In het souterrain, waar ze eerst kantoor hield, wonen nu drie Oekraïense vrouwen met hun drie dochters. ‘Wij hebben zo’n groot huis, dat konden we in zo’n crisissituatie niet voor onszelf houden’, vertelt Margriet. Daarom meldde ze zich, samen met haar man en drie kinderen, aan als gastgezin voor Oekraïense vluchtelingen bij de Protestantse Diaconie Utrecht (PDU).

Tsjernobyl

Ze verhuisde haar werkplek naar de keukentafel, haalde de kantoorspullen uit het souterrain en startte een WhatsApp groep met mensen uit hun kerkelijke gemeente, de Nieuwe Westerkerk. ‘Een soort hulpgroep. Dat was prachtig joh. De auto’s stonden in de rij voor onze deur. Met bedden, speelgoed, servies, een magnetron.’

Het souterrain was al snel omgetoverd tot een ruime woonplek. Sinds een donderdag in maart biedt het onderdak aan Viktoria (38), Valentina (35) en Olena (35) en hun dochters. Ze vluchtten uit Kryvy Rih, een stad midden in Oekraïne. ‘Toen de kerncentrale Zaporizja werd beschoten en er brand was, waren we bang dat er net zo’n ramp zou gebeuren als in Tjernobyl’, vertelt Valentina. Samen met haar zus Viktoria en hun nicht Olena besloot ze te vluchten. Olena laat zien wat ze meenam: een zwart rolkoffertje en een kleine reistas met winterkleding en een rugzak met voedsel en water. ‘We wisten niet of er tijdens de reis te eten zou zijn.’ Ze namen elk hun dochter mee. Hun mannen en de 20-jarige zoon van Viktoria bleven achter in Oekraïne.

Buddy

Margriet weet nog goed dat de vrouwen aankwamen. ‘Ze waren heel verlegen. Ik heb ze een paar dagen met rust gelaten. Geen vragen, geen eisen. We hadden ze de wifi code gegeven en namen en telefoonnummers uitgewisseld.’ Na een paar dagen, op zondagavond, nodigde Margriet zichzelf uit op de thee. ‘Toen ben ik gewoon bij hen gaan zitten. Hoe was jullie reis? Hoe gaat het nu?’ Sindsdien bezoekt Margriet de dames en hun dochters elke zondagavond. Het is een moment geworden waarop ze vragen kunnen stellen. ‘In het begin waren de vragen vooral praktisch’, vertelt Margriet. ‘Hoe lang kunnen we hier wonen, hoe komen we aan geld, hoe kunnen we ons bij de gemeente inschrijven? Nu spelen er andere vragen: mijn pakketje met medicijnen is al een paar maanden onderweg en ligt nu in Den Haag, hoe krijgen we het hierheen? Maar ook gaat het over werk, een fiets of de computer.’

In het souterrain hebben de vrouwen alles voor zichzelf: een keuken, een badkamer – met jacuzzi –,  twee slaapkamers en, wat vooral opvalt, een enorme leefkamer met hoekbank en tafel. ‘Ze komen nooit boven, bij ons’, zegt Margriet. ‘In die zin zijn wij niet echt een gastgezin, want ze leven niet in ons gezin. Wij bieden huisvesting en zijn een buddy.’ Zo hielpen Margriet en haar man Hennie met het aanvragen van BSN’s en leefgeld en het openen van een bankrekening.

Honderd euro

De communicatie tussen de families verloopt via Google Translate en de App SayHi. Dat gaat best goed, maar toch is die taalbarrière soms lastig. Dat ervaarde ook Margriet, toen ze een keer spraken over het leefgeld dat haar gasten van gemeente Utrecht ontvangen. ‘Een deel van het geld kunnen ze afdragen aan het gastgezin waar ze verblijven’, weet Margriet. ‘Ik zei toen iets van: “Je kunt zeggen: zal ik je honderd euro geven?”’ Margriet bedoelde het als voorbeeld, maar de dames schoten direct in de stress omdat ze dachten dat ze honderd euro per week moesten gaan betalen aan Margriet en Hennie. Met behulp van een tolk kwamen ze er gelukkig uit. ‘We zeiden toen: we vinden het veel leuker als jullie een keer voor ons koken’, zegt Margriet. Het resulteerde in een mooie traditie: elke zaterdagavond koken de dames voor familie Bink. ‘We halen het eten beneden bij hen op. Ze maken kunstwerkjes.’ Margriet laat een foto zien van een salade in de vorm van een zonnebloem, gemaakt van chips en olijven. Lachend zegt ze: ‘Ik ben niet zo’n keukenprinses, dus dit komt goed uit.’

Over hoe ze zich voelen, praten de drie Oekraïense vrouwen niet veel. Het is niet duidelijk of ze bang zijn of verdrietig. Margriet probeert er wel met hen over te praten. ‘Maar ze zeggen ook weleens: nu even niet, want de kinderen zijn erbij.’ Toch is aan alles wat ze zeggen en laten zien, duidelijk te merken dat hun hart nog in Oekraïne is: ze praten over hun fijne baan en de fijne school van hun kinderen, Viktoria laat een foto zien van haar man en zoon en als het over de toekomst gaat, zuchten ze alleen maar. Margriet vertelt dat de dames altijd aan het bellen of facetimen zijn als ze onaangekondigd beneden komt. En alle drie zijn ze heel duidelijk: ze willen terug naar Oekraïne, naar hun huis en familie.

Dromenvanger

Maar dat betekent niet dat ze in De Meern alleen maar zitten te wachten. Alle zes hebben ze leren fietsen, ze gaan graag naar het Maximapark of pakken de bus naar de stad. Samen met de familie Bink maakten ze leuke uitstapjes naar het strand, Amsterdam en de Keukenhof. Valentina volgde in Oekraïne cursussen op een fotoschool en kreeg van familie Bink een camera. Ze laat de foto’s zien die ze heeft gemaakt: heel veel kleurige bloemen, en glimlachende familieleden tussen de tulpen. Ook volgen de dames, en hun dochters, Engelse lessen. Ze kunnen al heel wat woordjes. ‘Small’, zegt een van de meisjes trots. ‘What’s your name?’ vraagt een ander. Olena werkt online voor haar Oekraïense werkgever. Voor Viktoria en Valentina heeft Margriet schoonmaakadressen gevonden. Zo kunnen ze wat geld verdienen. De meisjes, Kira, Eva en Kamila, volgen online les bij hun Oekraïense school. En ze knutselen graag: een tekening met een blauwe gele achtergrond en een vredesduif. Ook hebben ze van kralen armbanden gemaakt en een paarse dromenvanger.

Als ik vraag naar de verschillen tussen Nederlanders en Oekraïners, moeten zowel Margriet als de vrouwen lachen. ‘Oekraïners zijn heel bescheiden’, zegt Margriet meteen. ‘Als je hen iets vraagt, antwoorden ze per definitie met ‘nee’.’ De Oekraïense vrouwen moesten er vooral aan wennen dat ze op straat door iedereen worden begroet. Ook is het voor hen vreemd dat de huizen zulke grote ramen hebben dat alles binnen zichtbaar is. Ze genieten hier volop van de schone lucht; in hun eigen Oekraïense stad was de lucht behoorlijk vervuild. Maar ze hebben ook overeenkomsten ontdekt tussen Nederland en Oekraïne: zo klinken de woorden ‘etage’, ‘stoel’ en ‘broek’ precies hetzelfde in beide talen.

De dames zijn Margriet en haar gezin ontzettend dankbaar: ‘Dit is onze familie, familie Bink!’ Voorlopig blijven ze aan elkaar verbonden. De oorlog is nog niet afgelopen en het souterrain blijft zo lang het nodig is beschikbaar voor de vrouwen en hun dochters. ‘Wij laten ze niet gaan!’ zegt Margriet beslist. Viktoria, Valentina en Olena nodigen de familie Bink direct uit om bij hen te komen wonen als ze weer terug zijn in Oekraïne. ‘En dan mag ik elke zaterdag voor jullie koken zeker’, lacht Margriet.

Beeld: Bureau Beeld

Diaconie Utrecht helpt

In opdracht van PGU

Gerelateerde verhalen

Meer

Volg ons

Volg de PUP-nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van alle updates van PUP? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief.

Volg ons