De afgelopen maanden waren de kerken in Utrecht virusvrij. Maar de reden daarvoor was bepaald niet fijn: ze waren virusvrij, omdat ze grotendeels ook mensenvrij waren. En daar zijn kerken natuurlijk niet voor bedoeld. Inmiddels zijn we in een nieuwe fase beland waarin kerken geleidelijk aan weer mensen kunnen ontvangen, eerst met 30 en later met 100 tegelijk. De kunst is nu om ervoor te zorgen dat we die mensen wel binnen laten, maar daarbij het virus nog steeds goed buiten de deur houden. Daar wordt op dit moment op twee fronten aan gewerkt, lokaal en centraal.

Lokaal in de wijkgemeenten van de PGU zetten veel mensen zich op bewonderenswaardige wijze ervoor in om het kerkelijk leven geleidelijk weer op gang te brengen. Dat blijkt echt maatwerk te zijn, waarbij de oplossing waarvoor je kiest per type gebouw en type gemeente sterk kan verschillen. De één zegt bijvoorbeeld: we gaan voorlopig nog even door met onze online-vieringen, totdat er meer mogelijk is. En de ander zet alles op alles om zo snel mogelijk toch weer zoiets als een ‘echte’ kerkdienst te kunnen houden.

Centraal zitten we in de PGU ondertussen ook niet stil. De Algemene Kerkenraad heeft een kleine werkgroep in het leven geroepen (inmiddels de ‘werkgroep OKC’, Openstelling Kerken in Coronatijd, gedoopt) om het proces van openstelling van de wijkkerken met deskundig onderbouwd advies te ondersteunen. Dat advies richt zich enerzijds op het vertalen van de algemene overheidsmaatregelen naar praktische maatregelen voor onze plaatselijke situatie (waarbij de richtlijnen die de PKN daarvoor geeft steeds leidend zijn). En dat advies richt zich anderzijds op het doorgeven en uitwisselen van praktische ideeën tussen wijkgemeenten, bijvoorbeeld over een vraag als: hoe geef je nu vorm aan doop en avondmaal?

We horen in die werkgroep OKC soms ook de klachten en de frustraties over de zaken die nu nog niet kunnen, ook al zouden we die met elkaar maar al te graag óók weer willen (denk bijvoorbeeld aan samen zingen of samen koffie drinken). In die werkgroep zeggen we daarover tegen elkaar en daarom ook tegen anderen: laten we in dat woordje ‘nog’ niet zozeer onze frustratie als wel onze hoop leggen. Wat nu nog niet kan, kan morgen of overmorgen wellicht weer wél. We werken nu stap voor stap aan de heropening van onze kerken. Als we dat op een verantwoorde wijze willen doen, kunnen we daarbij niet alles tegelijk doen. Dat vraagt soms nog het nodige geduld van mensen. Maar laat de richting waarin we werken duidelijk zijn en hoop geven: onze kerkdeuren gaan allengs weer verder open.

Namens de werkgroep OKC,
Bernard Luttikhuis