Tekst: Mirthe de Groot

Foto: Storm Eunice op een dijk in de Noordoostpolder

Hoe houden studenten zich staande in deze verwarrende coronatijd die al een paar jaar duurt? Hoe blijven ze op de been als ze teruggeworpen worden op zichzelf. Mirthe de Groot gaf haar antwoorden op die vraag in Wijs, het blad van de Oecumenische Janskerkgemeente.

 

Risico’s nemen

Terwijl ik dit schrijf zit ik, een aantal uur vroeger dan gepland, in de trein richting mijn ouders. Het land is in de ban van de twee stormen Danley en Eunice. Hierdoor moest ik, opnieuw, onverwachts de keuze maken: ga ik wel of niet naar mijn ouders? Neem ik wel of niet dit risico?

Mij werd gevraagd om als student iets te schrijven voor ‘Wijs’ over isolement waar met name studenten in verkeren. Een veel besproken en beschreven thema in de huidige tijd waarin we leven in, wat hopelijk, het staartje van de corona pandemie zal zijn.

Het grote verschil tussen de stormen Danley en Eunice en de ‘storm’ corona, is dat we weten dat Danley is geweest en Eunice eraan komt. We kunnen ons erop voorbereiden. Corona kwam, in ieder geval voor mij, toch tamelijk onverwacht. We konden ons er niet op voorbereiden. Van Danley en Eunice weten we bovendien wanneer ze ongeveer weer ophouden. Dat geeft een bepaalde zekerheid en geruststelling. Iets wat tijdens de coronapandemie ontbreekt.

 

Isolement

Die onzekerheid in combinatie met alle maatregelen, veranderingen, vermindering van sociaal contact en in zekere zin aangewakkerde angst voor sociaal contact kunnen leiden tot een gevoel van isolement. Mijn studentenleven voor corona stond in het teken van contact. Contact met familie, vrienden, huisgenoten, studiegenoten, kerkgenoten. Daarnaast zou ik ten tijde van de aankomst van corona in Europa juist beginnen met het lopen van mijn coschappen aan de universiteitskliniek voor gezelschapsdieren (en paard en landbouwhuisdieren). Met de eerste lockdown, en daarna ook bij de tweede lockdown, viel een groot deel van dit contact weg.

Vrienden zag ik nauwelijks offline, familieleden zag ik ineens een stuk minder vaak, de studie werd online. Gelukkig had ik huisgenoten en ging een deel van de coschappen in aangepaste vorm op locatie door.

Onmacht en controleverlies

Echter kreeg ik, net zoals veel mensen om mij heen, te maken met onzekerheden en de daarbij komende gevoelens van onmacht en controle verlies. Het leven bestond ineens uit het nemen van beslissingen over onwerkelijke vragen zoals: kan en mag ik wel of niet naar mijn ouders, zusjes of vriendinnen? Neem ik dit risico voor anderen en voor mezelf? En als ik dan wel naar iemand toe ga, hoe houd ik het risico dan zo klein mogelijk? Hoe houd je contact als je elkaar niet in levende lijve mag of kan ontmoeten? En, hoe zorg je ervoor dat jij je niet eenzaam gaat voelen? Als je terug geworpen wordt op jezelf, hoe houd je jezelf dan staande? Hoe zorg je ervoor dat de ander zich niet eenzaam gaat voelen? Hoe blijf je samen mens als ieder op zijn eigen eilandje, in zijn eigen isolement zit?

 

Een andere vraag stellen

Op zo’n moment, waarop al die vragen mij dreigden te overspoelen besloot ik mezelf eens een andere vraag te stellen. Waar haal ik mijn hoop, liefde, vertrouwen voor de toekomst en inspiratie vandaan? Ik kwam al vrij snel terug bij wat ik al eerder en vaker in mijn leven gevoeld en geleerd had: mijn geloof. Mijn geloof is mijn rustpunt, ijkpunt, anker en rots.

Of zoals David zingt in Psalm 18 vers 2-3:  Ik heb U lief, HEER, mijn sterkte, HEER, mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder, God, mijn steenrots, bij U kan ik schuilen, mijn schild, kracht die mij redt, mijn burcht. (NBV21).

Dus ik ging bewust bidden, gelijkgestemden (online) ontmoeten, stille tijd houden, Taizé vieringen en kerkdiensten online volgen, muziek luisteren en vooral niet loslaten.