Het leven is door en door kwetsbaar, iets wat we soms maar moeilijk kunnen accepteren. Willem Jan Otten en Marieke Lucas Rijneveld maken juist daar plaats voor in hun werk. Samen met Broese Boekverkopers en het Huis van Dominicus organiseerde ViaJacobi op donderdag 31 maart een gesprek tussen deze auteurs over wat kwetsbaarheid, troost en God voor hen betekenen. Een verslag.

Door: Len Borgdorff

Na afloop kon je nog wat bijpraten hier en daar, met een drankje, of een of meer boeken kopen van de auteurs van die avond en die wilden daar dan ook wel hun handtekening in zetten. Bij de signeertafel overhandigde iemand zijn zojuist gekochte Komijnsplitsers aan Marieke Lucas Rijneveld met de mededeling dat dit de eerste dichtbundel was die hij kocht. Ik had natuurlijk op het gezicht van de dichter moeten letten, maar in mijn verbazing ging mijn blik onmiddellijk naar dat van de man naast me. Iemand van tussen de veertig en de vijftig en een gezicht waarbij ik nooit op het idee zou zijn gekomen dat het van iemand was die tot deze avond nog nooit een dichtbundel had gekocht. En dus ook nauwelijks gedichten had gelezen, vulde ik voor mezelf maar aan.

Jij-vorm

De avond had overigens een hoog poëtisch gehalte en dat is niet verwonderlijk. Willem Jan Otten ruilde in coronatijd zijn wekelijkse misbezoeken in voor momenten om overwegingen te schrijven aan de hand van de Bijbelteksten die het missaal aanbiedt het jaar te volgen, van Beloken Pasen tot en met Goede Vrijdag. Zijn Zondagmorgen bevat zeer persoonlijke essays, zoals dat hoort bij iemand die in de eerste plaats dichter is, want de persoon van de dichter zit doorgaans nogal dicht onder de huid van een gedicht. Om dat al te persoonlijke enigszins het hoofd te bieden koos hij er overigens voor om het boek niet in de eerste persoon te schrijven, maar in de jij-vorm. Dat creëerde een afstand waarmee hij ook wat meer buiten zichzelf kon treden . Daarmee trok hij ook de lezer wat nauwer bij de overwegingen in zijn boek.

Dat is een sterk punt. Het maakt het boek persoonlijk, voor de auteur maar ook voor mij als lezer. ‘Wel,’ zo vertelde Otten, ‘moest de redacteur er nog wel een paar keer een ikje uithalen.’ Dat sluit mooi aan bij de gedichten in de laatste bundel van Rijneveld. Daarin wemelt het ook van de je’s en jij’s. Meer nog dan bij Otten kun je achter de tweede persoon Rijneveld zelf zoeken. De dichter spreekt zichzelf toe, troost zichzelf, daagt zichzelf uit. Toch ontkomt ook hier de lezer er niet aan om zich door de gedichten aangesproken te voelen. Blijkbaar overkwam dat dus ook de man die deze avond voor het eerst een dichtbundel kocht.

Kerkelijke tradities verbinden

Zondagmorgen, de bundel meditaties van Otten, bevat maar een enkel gedicht, maar is bij uitstek een poëtische bundel. Poëzie probeert het ongrijpbare te verwoorden, maar dan zodanig dat iets daarmee niet vast komt te liggen, het ongrijpbare blijft ongrijpbaar. Je dringt door in een mysterie en tegelijk blijft dat mysterie bestaan. Dat doet poëzie. Daarmee, en dit is punt drie, raakt poëzie niet alleen aan religie, maar overlappen die twee elkaar zelfs. Dat Otten zich daarover het meest expliciet uitliet deze avond is duidelijk. Daar vraagt zijn nieuwste boek gewoon om. Bovendien verbindt hij religie ook aan de kerk, door zijn boek, maar ook door zijn taal aan kerkelijke tradities te verbinden.

Op dit punt raakte Rijneveld mij het meest toen het over de wereld van het gedicht ging, als talig bouwwerk. Om zijn bedoeling nog duidelijker te maken leek hij even naar woorden te zoeken en toen zei hij ‘Zoals, ja zoals in deze kerk’ en keek met enige bewondering naar de gewelven.

Gespreksleider deze avond was Erik Borgman. Eerst ging hij in gesprek met Otten, daarna met Rijneveld en daarna spraken zij met elkaar. Of liever: zij vulden elkaar aan. Verschillen tussen de twee zijn er natuurlijk ook, een verschil van veertig jaar. En als je een of twee regels van de een leest en van de ander merk je het onmiddellijk: Otten leidt je een metaforische wereld in, terwijl Rijneveld je overrompelt met onverwachte beelden en woorden. Alleen de titels zijn in dat verband al veelzeggend,

Zondagmorgen van Otten en Komijnsplitsers van Rijneveld. Als ik jou was zou ik beide lezen.