“Je speelt niet alleen met je handen, maar met je hele lichaam”

Heeft u ooit stilgestaan bij het geluid dat uit de Domtoren komt? Het kan goed dat beiaardier Malgosia Fiebig op dat moment aan het werk is. PUP nam een kijkje in de Domtoren en besteeg de vele tredes naar het carrillon.

Tekst en foto’s: Manoe Snellens

Niet lang na het interview met beiaardier Bob van der Linde, dat eerder in PUP werd gepubliceerd, mag ik meekijken met Malgosia Fiebig, stadsbeiaardier van Utrecht. Ze speelt die dag in de Domtoren. Aangekomen in het bijgebouw van de toren pakt Malgosia wat spullen en loopt de trappen op. Ze stapt langzaam, trede voor trede, de smalle trappetjes van de toren op. Het lijkt eindeloos te duren en bij elk glas-in-loodraampje werp ik een blik naar buiten om te kijken hoe hoog we zitten. Ik vraag me af hoe ze het volhoudt. Als we na vele, vele rondes boven in de Domtoren zijn, sta ik puffend naast een fitte Malgosia. Ze legt uit dat ze haar knieën zo min mogelijk wil belasten en daarom met een langzaam ritme de trappen oploopt. “Anders houd je het echt niet vol.”

We naderen een afgesloten ruimte waarin een enorme speeldoos staat. Dit is een automatisch mechanisme dat elk kwartier van de dag zijn liedjes laat horen, behalve wanneer Malgosia zelf speelt. Boven de ruimte met de speeldoos hangen een aantal grote klokken met Latijnse namen erop. Via een smalle houten trap, komen we bij de beiaardiersruimte: een kleine houten kamer met ramen aan weerszijden.

Energie verdelen

Wanneer we het kamertje inlopen, laten we de deur een stukje open. Malgosia legt uit dat ze op deze manier de klokken goed kan horen. Haar ruimte zit in het midden van alle klokken. Beneden zitten de grote klokken en boven haar de kleine. Vanuit deze ruimte kunnen we ze echter niet zien, alleen horen. De beiaard staat al te wachten. Malgosia vertelt dat ze voor elke bespeling het instrument controleert om te kijken of alles goed werkt. “Door de temperatuur kan de afstand tussen de klepel en de klok veranderen. Daarom moet ik er altijd voor zorgen dat ik de volledige controle over het instrument heb.”

Ze gaat elke toets en elk pedaal meerdere keren af en de klokken reageren meteen. Ik vraag haar of mensen dit horen. Malgosia knikt. “Het hoort erbij.”

Dan begint ze echt te spelen. Vanaf dat moment vervagen alle geluiden en hoor ik alleen nog maar de klokken. De hele wereld lijkt om me heen te verdwijnen en het is alleen nog de muziek en ik: een bijzondere gewaarwording. De vloer trilt en wanneer Malgosia de toetsen met haar vuisten aanslaat, is de mechaniek van het instrument goed te horen. Het gaat erg hard.

Haar handen gaan bijna automatisch van toets naar toets en ze kijkt er geen enkele keer naar. Al haar aandacht gaat naar de notenbalken op de A4tjes die voor haar neus staan. Aan het einde van haar miniconcert speelt ze ‘Als ik bovenop de Dom sta’. Iets wat ze bij elke bespeling doet.

Na de laatste toets, galmt de betreffende klok nog een tijdje door over de stad, de mensen en de huizen. Malgosia vertelt dat ze in dit kwartier alles heeft gegeven, maar dat ze bij een bespeling van een uur haar energie verdeeld. “Niet alleen voor mij, maar ook voor het publiek. Het kost veel energie en daarom is een uur spelen lang genoeg. Je speelt namelijk niet alleen met je handen, maar met je hele lichaam.” Per dag oefent ze vier uur op de beiaard die bij haar thuis staat. Het is hetzelfde instrument, alleen ontbreken de klokken.

Tot slot zet Malgosia via een knop het automatisch speelmechanisme weer aan en pakt ze haar spullen. Ze doet de deur van het beiaardierskamertje weer op slot en samen lopen we weer naar beneden. Een stuk sneller dan op de heenweg. Beneden klinkt het stadslawaai.