Tekst en foto’s Liselotte van Eck

Een leefgemeenschap, is dat niet zo’n club van vage veertigers die op een onbereikbare plek woont en zijn eigen groenten teelt? Think again. Ik ga langs bij een huisavond van de studenten van christelijke leefgemeenschap Ki Tov, gevestigd in een voormalig klooster niet ver van de Utrechtse binnenstad.

Het is al donker als ik op maandagavond van het Centraalstation naar het pand in de Grave van Solmsstraat wandel. Met mijn handen diep in mijn jaszakken gestoken loop ik langs de donkere Sint-Josephkerk, aan mijn rechterhand rijtjeswoningen. Het was niet moeilijk om een afspraak te maken met Ki Tov. Toen ik me in een mailtje voorstelde, nodigde Mirthe, één van de studenten, me spontaan uit voor het avondeten. Dat ik geen vlees eet is geen probleem. “We eten altijd vega.”

Ik bel aan bij één van de bovenste knoppen, de houten portiekdeur gaat open. Het is twee trappen omhoog naar de studentengang, aan het eind schijnt het licht van de woonkeuken. Gelach en gepraat, mensen lopen in en uit. Ik hang mijn jas op en stap de keuken in. Diederik, haar in een staartje, waait ook binnen. Ik geef een hand. Verwarring: “Oh ja, doen we dat weer, handen.”

We gaan met zijn achten aan tafel. Een kaars in een wijnfles verlicht de ruimte, achter de radiator zit zilverfolie geklemd om de warmte te vangen. Aan de witte muur hangt een houten kruisje, daarnaast een lijstje met de resten van een gesmolten plastic spatel. Voordat er wordt opgeschept, zijn we even stil. De stilte wordt verbroken door een collectief getrommel van vingers op de tafel. “Dat betekent eet smakelijk in gebarentaal.” legt Diederik me uit terwijl hij een schep in pesto gedrenkte ravioli op mijn bord kwakt.

De laatste frater vertrekt

Voor mijn bezoek aan Ki Tov sprak ik met één van de oprichters van de lekenbeweging, Claske Honkoop. Via via kwam ze de het klooster van de fraters van Tilburg op het spoor. Een plek waar men leeft vanuit gebed, maar dan in de reuring van de stad. Toen de laatste broeder van de Tilburgse fraterorde het klooster in Tuinwijk verliet, diende de gelegenheid zich aan om een leefgemeenschap op te richten. Ruim vijftien jaar geleden. Het gebouw moest een nieuwe bestemming krijgen. Claske ging voor het eerst in gesprek met de andere initiatiefnemers en de fraters. Er viel er een stilte. “Nou, dit dus.” zei één van hen. “Een plek om stil te zijn voor God, om naar Hem te luisteren.” De gemeenschap kreeg de naam Ki Tov, een Hebreeuwse bijbeluitdrukking die je kunt vertalen als ‘Wat goed’ of ‘Het was heel goed’.

In 2005 betrekt de groep van Ki Tov het pand van de fraters. Twee keer per dag is er gebed in de kapel op de begane grond: het ochtendgebed is alleen voor de bewoners, ’s avonds mag iedereen aanbellen. Inmiddels woont Claske er al een paar jaar niet meer. Na gezinsuitbreiding werd de woonsituatie toch wat onpraktisch, je leeft ten slotte heel dicht op elkaar. “Maar ik mis het nog steeds. Het is zo krachtig dat het gebed altijd doorgaat. Je dag is letterlijk ingeklemd in God.”

Veel aanmeldingen studenten

Terwijl ik met mijn vork in de pasta prik vraag ik me af met wie ik eigenlijk aan tafel zit. Waarom wonen deze mensen niet een ‘gewoon’ studentenhuis, zoals ikzelf? Diederik, van huis uit niet christelijk, woont er het langst. Hij ging mee op de Taizé-reis van het Utrechtse Bonifatiuscollege, waar hij kennismaakte met het geloof gestript van zijn dogma’s. Dat sprak hem wel aan. “In een maatschappij waar de nadruk ligt op productiviteit en efficiëntie is er weinig tijd en ruimte voor existentiële vragen. In Taizé zijn die vragen juist een heel belangrijk onderdeel van het dagelijks bestaan.” Hij begon na de middelbare school aan een studie humanistiek en verhuisde vanuit het ouderlijk huis naar Ki Tov. Een Taizé dichtbij huis. Na de eerste lichting studenten is er altijd een grote doorloop geweest, en nog steeds is Ki Tov in trek. De laatste hospitatie kreeg zo’n dertig reacties. Eerder werd er geschreven over de toeloop van jonge mensen in christelijke leefgemeenschappen. Net als Diederik blijken deze jongeren vaak niet zo veel te hebben met het rechtlijnige van de Bijbel. Liever gebruiken ze de schrift als inspiratiebron voor de invulling van hun spiritualiteit. In gemeenschappen als Taizé en Ki Tov is plaats voor die manier van geloven.

Het gebed is de basis

Nederland telt bijna zeventig religieuze gemeenschappen volgens de Vereniging Religieuze Gemeenschappen. Alleen al in de regio Utrecht is er een tiental plekken waar wordt samengeleefd naar de oecumenisch traditie, waarin verschillende (christelijke) geloofstromingen elkaar ontmoeten. Ook in Ki Tov gelooft niet iedereen hetzelfde. In strikte zin hoef je niet eens te geloven om er te wonen. Wel wordt er van je verwacht dat je regelmatig het gebed bijwoont en deelneemt aan de activiteiten die vanuit de gemeenschap worden georganiseerd. Diederik: “Het gebed is de basis. Je kunt hier niet wonen als je geen open geest onderhoudt. Ik ben het echt niet altijd met iedereen eens, maar ik heb me vaker kwaad gemaakt over nalatigheid in het huishouden dan meningsverschillen. Ik moet er nu wel echt vandoor, trouwens.” En voor ik hem goed en wel kan bedanken verdwijnt hij de gang op.

Een utopische plek

Het is iets over achten. De afwas is gedaan en we blijven nog even in de keuken hangen met een kop koffie. Een hoofd verschijnt in de deuropening: “Wie doet het gebed zo?” Op maandagavonden is het aan de studenten om de dienst voor te bereiden, ze zijn dan toch al samen voor de huisavond. Als ik ze vertel over mijn kennis van het Taizé repertoire, wordt me een selectie klassiekers beloofd, misschien kan ik dan meezingen. We dalen af naar de kapel waar we de bewoners van beneden ontmoeten. Met een fleece dekentje om mijn rug geslagen neem ik plaats op een van de bidbankjes die verspreid staan over het grijze tapijt. De muren zijn warm rood en voorin de kapel branden kaarsjes voor de iconen. Ik sla mijn liedbundel open.

De structuur van de dienst is zoals ik haar ken van vroeger in Taizé en Keiland: zingen, stilte, kort gebed, Onze Vader, nog wat zingen. Terwijl ik de woorden van Bless the Lord reciteer, beeld ik me in hoe het is om in Ki Tov te wonen. Ik betrap mezelf op de gedachte dat de mensen hier toch niet de stoffige theologiestudenten zijn die ik had verwacht. Ze gaan naar dispuutsborrels, lezen boeken die niet de Bijbel zijn en luisteren meer dan alleen Taizé muziek. Een plek voor stilte en bezinning, muziek en discussie in de bewoonde wereld? Klinkt best utopisch.

Misschien kom ik terug

De dienst is afgelopen, ik verlaat als laatste de kapel. Buiten staan er wat mensen in een kringetje zacht maar vrolijk bij te kletsen. Ik gebruik de gelegenheid om ze te bedanken voor de avond, terwijl ik onhandig mijn dekentje opvouw. De mensen vertrekken één voor één weer naar boven. Ik trek mijn schoenen aan, weer naar buiten, terug de kou in. Ik kom vast nog een keer terug, besluit ik.