Afgelopen seizoen liep Wilma Blaak stage bij het IPSU (Interkerkelijk Platform Studentenpastoraat Utrecht). Ze deed mee in het aanbod aan studenten: de Zinnige Gesprekken of Bright Conversations. Voor het IPSU (en voor haar opleiding) schreef ze een artikel over haar bevindingen.

door Wilma Blaak

Wat bezielt een gezonde student om een gesprek aan te vragen met een geestelijk verzorger? 

Een verslag van een stage bij ‘Zinnige gesprekken/Bright conversations’ tijdens de Covid-19 pandemie in de zomer van 2020

De Universiteit Utrecht vindt het belangrijk dat studenten gehoor vinden voor wat er in hen leeft. Naar aanleiding van de eerste tekenen dat studenten de kans lopen op burn-out en het welzijn van studenten hoger op de agenda is gezet van de Universiteit Utrecht, hebben Careercoach Jacky Limvers (UU) en studentenpastor Jasja Nottelman (IPSU) het concept Zinnige gesprekken opgezet en uitgewerkt.

Inmiddels zijn er een aantal professionals, onder wie ook geestelijk verzorgers en predikanten, die deze gesprekken aanbieden. Toen in maart de eerste lockdown ingreep op het studentenleven ging het project viraal. Veel studenten maakten gebruik van het aanbod om met een ervaren begeleider te praten over levenssituaties die moeilijk of uitdagend zijn. De Coronapandemie zorgde voor een enorme toename van gesprekken.

Als student Spiritual Care volgde ik aan de faculteit Religie en Theologie van de VU het interlevensbeschouwelijke traject, waarbij ik word opgeleid tot geestelijk verzorger. De afgelopen maanden liep ik stage als studentenpastor bij ‘Zinnige gesprekken’. Een ideale plek om ervaring op te doen met studenten die van huis uit misschien nog wel zijn grootgebracht vanuit een bepaalde religie of levensbeschouwing, maar nu hun eigen weg zoeken.

Toen ik startte op 1 juni, bleef het aanvankelijk rustig. De ‘wellbeing-week’ was net achter de rug. Een recordaantal studenten had in die week van de gelegenheid gebruik gemaakt om een Zinnig gesprek te voeren. Blijkbaar had men nu andere prioriteiten. Maar naarmate de weken vorderden en de tentamenweken achter de rug waren, ‘klopten’ steeds meer studenten aan.

Wat bezielt een gezonde student om een gesprek aan te vragen met een geestelijk verzorger? Hebben zij zorg nodig? En waarom dan niet ‘gewoon’ naar de decaan of de psycholoog? Voor die laatste heb je een indicatie nodig, een serieus probleem dat alle wachtlijsten kan doorstaan. En als dan uiteindelijk een afgebakende diagnose is geformuleerd, heb je recht op een x aantal afspraken. Maar bij wie kun je terecht als je het éven niet meer weet? Wanneer er in korte tijd zoveel verandert dat je steeds plannen en verwachtingen moet bijstellen en je het spoor bijster bent waar je prioriteit aan moet geven.

In dit artikel geef ik eerst een definitie van gezondheid en ik baken het terrein af van een geestelijk verzorger. Vervolgens bespreek ik mijn bevindingen van de afgelopen maanden. Daarbij zal ik de terugkerende thema’s die studenten ter sprake brachten, benoemen Tot slot zal ik enkele praktische suggesties aanreiken die op korte termijn kunnen helpen voorkomen dat studenten verder vastlopen.

Hebben gezonde studenten zorg nodig en zo ja wat bedoelen we precies met gezond?

De WHO hanteert in 2006 de visie dat men een persoon gezond mag beschouwen wanneer er sprake is van een toestand van volledig fysiek, mentaal en sociaal welbevinden, en niet slechts de afwezigheid van een aandoening of verzwakking. Vanuit die optiek is het vanzelfsprekend dat geestelijke verzorging een noodzakelijke toevoeging is op medische en verpleegkundige zorg aan gediagnosticeerde zieken.

Maar deze symptomatische benadering doet geen recht aan de hedendaagse werkelijkheid. Wie durft zich dan nog tot de gezonden te rekenen? Een commissie van deskundigen houdt zich al jaren bezig om tot een herformulering van het begrip gezondheid te komen (Huber, 2013). Voor een studentenpastor, werkzaam in de eerstelijn is de vraag op voorhand niet relevant of een student gezond is, volgens de regels van de WHO. Er zijn immers genoeg studenten met een handicap of chronische aandoening die uitstekend in staat blijken te zijn om te studeren en hun leven op gezonde wijze vorm te geven. En wanneer signalen van dysbalans zich aandienen doen zij een beroep op een deskundige, bijvoorbeeld bij Zinnige gesprekken, die maximaal inzet op empowerment.

Dat de druk in de afgelopen maanden enorm is toegenomen zal voor niemand een verrassing zijn. Al bereiken ons via de media en persconferenties vooral berichten over burgerlijke ongehoorzaamheid in het studentenleven. Bij het studentenpastoraat kreeg ik een heel ander beeld. Veel studenten kampen sinds de lockdown met ernstige eenzaamheid als gevolg van de isolatie. De manier waarop zij op dit moment hun dagelijks leven vormgeven kan ronduit ongezond genoemd worden. “Wat een geluk dat jullie er zijn, dit gesprek heeft me echt geholpen de dingen weer in de juiste verhoudingen te zien”.

Zelf was ik elke keer weer verrast door de intensiteit van de gesprekken. Dat het mogelijk bleek om die digitale kloof te overbruggen terwijl je allebei tussen de vier muren van je eigen woning zit. Op de een of andere manier ontstond een vrije ruimte waarin de student zich veilig voelde en zich even in het hart liet kijken. Ik ben ervan overtuigd dat de kracht van deze gesprekken niet zit in het toepassen van een bepaalde therapie. Het was steeds weer maatwerk. Door goed te luisteren en dóór te vragen, door mijn antenne uit te zetten en mij soms allereerst zelf kwetsbaar te tonen, kwam ik tot verstaan en peilde ik iets van de moeite waar studenten mee worstelden.

Vragen die bij een geestelijk verzorger thuishoren kunnen worden ondergebracht in 5 categorieën: 1. zinervaring, samenhang, jezelf begrijpen in relatie tot anderen. 2. Doet het ertoe wat ik doe? Mensen hebben een purpose nodig, doelgerichtheid. Ervaren van verbondenheid is noodzakelijk. 3. Gemoedsrust, leven we op een wijze die wij als goed ervaren? Is datgene wat ik doe, juist? 4. Wat beteken ik, ben ik nodig, word ik gezien, erkend? 5. controle, hoe ga ik om met het oncontroleerbare?

Na een inventarisatie van gesprekken van mijn stagebegeleider en ondergetekende zal ik in grote lijnen de thema’s weergeven die ter sprake kwamen. Alle bovengenoemde aspecten kwamen daarbij voorbij.

  1. Eenzaamheid en isolement. Door uitvallen van fysieke colleges en wegvallen van sociale ontmoetingsplekken zoals sociëteiten, sportverenigingen, bibliotheken en cafés viel het ervaren van verbondenheid voor een belangrijk deel weg. Daarbij was het verschil groot voor studenten die met anderen in een huis woonden en voor hen die hun tijd alleen op een studentenkamer doorbrachten. Ook het verbod of de drempels die werden opgeworpen om het ouderlijk huis te bezoeken vergrootte het gevoel er alleen voor te staan.
  2. Huidhonger. Op de vraag aan meerdere gesprekspartners wanneer zij voor het laatst waren aangeraakt, bleef het lang stil aan de andere kant. Huidhonger, een vaak voorkomend probleem in coronatijd. Dan hielp ik meedenken of er misschien één maatje te vinden zou zijn waarmee zij wel close zouden kunnen zijn. Dit houdt geen mens vol! Studenten voelden zich door deze reactie begrepen in hun gezonde verlangens en emoties. Het gedrag van studenten ligt voortdurend onder een vergrootglas, gewetensvolle studenten die zichzelf steeds afvragen of zij het wél goed (genoeg) doen, lijden daar onder. Het nieuwe normaal is de norm, maar probeer de schade zoveel mogelijk te beperken.
  3. Bezorgdheid over het verloop van hun studie: diverse studenten hadden te maken met onderzoeken die stilvielen, stages die werden afgebroken of uitgesteld. Zij werden in het ongewisse gelaten omdat supervisors ook niet wisten of het project in een ander tempo toch zou kunnen doorgaan. Hierdoor ontstond de nodige stress over de financiering van hun studie, over hun planning en einddoel, en hun toekomstplannen. Het Coronavirus is oncontroleerbaar, waar gaat het naartoe met deze wereld, met ons, met mij?
  4. Problemen met concentratie en motivatie: Voor een deel van de studenten nam de productiviteit sterk af nu studie, werk en sociale contacten allemaal vanaf die ene stoel moesten worden uitgevoerd.  Te veel schermtijd leidde tot mentale vermoeidheid, vooral bij studenten die naast hun studie ook hun werk digitaal moesten zien vol te houden.
  5. Behoefte aan verbondenheid. Het is al jarenlang een trend dat een deel van de studenten liever buitenshuis studeert dan thuis aan bureau of keukentafel. Zij blijken veel productiever wanneer zij werken in de universiteitsbibliotheek, in de algemene bibliotheek of in de vele cafeetjes die Utrecht rijk is. Zeker wanneer eenzaamheid meespeelt en ‘de muren thuis op je afkomen’ bieden dergelijke plekken een uitstekend alternatief. Er is stilte, structuur, een bijzonder soort solidariteit wordt ervaren wanneer je samen met zoveel anderen stug doorwerkt, zelfs op zon- en feestdagen. En als die stilte te veel werd dan stapte je even binnen ‘Bij Lodewijk’ voor een kop koffie of je lunchte even met een bevriende student. Cafés zijn al jaren populaire studieplekken. Niet voor niets bevatten sommige koptelefoons cafégeluiden, compleet met geroezemoes, gerinkel van kopjes en achtergrondmuziek. Al deze plekken zijn sinds half maart nauwelijks toegankelijk. Waar kunnen studenten nog terecht?
  6. Gezondheidsproblemen: een aantal studenten kampen met chronische fysieke klachten of handicaps. Eetstoornissen of verslavingen steken de kop weer op. Identiteitscrises: wie ben ik en waar wil ik naartoe? Depressieve klachten nemen toe, burn-out, of bore-out. En dan de zorgen om de gezondheid van familieleden waar je niet meer zomaar in en uit mag lopen. Diverse studenten vertelden over ernstige ziekten van hun ouders. Hoe breng je tijd met hen door als je weet dat zij nog maar een korte tijd te leven hebben? De strikte scheiding tussen hun studentenkamer en ‘thuis-thuis’ maakt hen verdrietig en machteloos. Dan zoek je samen een vorm hoe de student toch zoveel mogelijk bij de familie kan zijn. Dat draagt op dat moment bij aan de gemoedsrust en het helpt op de lange termijn spijt en schuldgevoelens voorkomen.
  7. Voor internationale studenten wogen deze vragen extra zwaar. Hun sociale netwerk bleef vaak beperkt, zeker wanneer zij voor een periode van een jaar, of korter in Utrecht verbleven. Wat als een avontuur begon, bleek nu een taai proces van jezelf elke dag weer bij de kladden vatten en proberen vooruitgang te boeken. Een student uit Oost-Europa vertelde dat hij zich had verkeken op het individualisme in Nederland. “Waar hoor ik bij? Tussen de fysieke colleges door maakte ik nog wel eens een praatje, dat is nu volledig weggevallen. Niemand vraagt hoe het met mij gaat. En mijn ouders hebben hoge verwachtingen. Zij zijn trots op mij dat ik deze studie kan doen, maar zij brengen er ook financiële offers voor. Ik schaam mij voor hen en voor mijzelf dat ik niet productiever ben, maar het lukt gewoon niet. Na een paar uur achter het scherm ben ik leeg. De planning was dat ik voor de zomervakantie klaar zou zijn en naar huis zou kunnen. Nu weet ik al dat zelfs de kerst niet haalbaar zal zijn”. Op mijn vraag of een kerstvakantie van enkele weken een optie is, bleek dat hij daar de financiële middelen niet voor had. Purpose is dan ver te zoeken, alles lijkt ongewis.

En de buitenlandse studenten die voor de lockdown hals over kop zijn teruggegaan naar hun land van herkomst hebben weer heel andere aanpassingsproblemen.

Dat de UU ook op deze wijze de nood van de studenten ter harte neemt, is een zegen. Toch realiseer ik mij dat het een druppel is op de gloeiende plaat. Nu het ernaar uitziet dat we langdurig te maken hebben met strenge omgangsregels, hoop ik dat studenten de weg naar de Zinnige gesprekken steeds weten te vinden. Maar ik hoop ook dat zij bij hun supervisors aandringen op maatwerk en hun laten weten hoe ingrijpend de gevolgen zijn voor hen. Laat alle studenten die moeite hebben om geschikte studieplekken te vinden, dit melden bij de universiteit en studentenplatforms. Ik constateer een soort gelatenheid bij studenten die al deze problemen alleen proberen op te lossen of het erbij laten zitten. Help hen de regie over hun leven en studie voor zover mogelijk weer terug te krijgen, praat niet over hen maar met hen.

Het is de verantwoordelijkheid van de overheid en de onderwijsinstellingen om hun studenten te faciliteren. Hoe meer studenten dit kenbaar maken, hoe groter de kans dat hier adequaat op kan worden gereageerd. In de samenwerking met de Utrechtse kerken liggen volgens mij ook kansen. De Fontys Hogeschool heeft dit jaar in de Janskerk Live colleges gegeven. Een mooi begin. Stel je voor dat elke kerk in Utrecht een aantal collegeruimtes en studieplekken beschikbaar stelt, met min of meer dezelfde voorzieningen die een bibliotheek of buurtcafé biedt. Een warme plek waar stilte en structuur is, waar Wifi en stopcontacten zijn, waar een koffiecorner is om op verhaal te komen, waar je medestudenten kunt ontmoeten, iets kunt drinken, een broodje of een soepje kunt eten. Neem een GéVé -er als barmedewerker in dienst die aandacht heeft voor jouw verhaal. Zoals de aalmoezenier bij Defensie. Dat is crisis als kans. Hopelijk dragen al die initiatieven iets bij aan de positieve gezondheid en het welbevinden van Utrechtse studenten. Want er is veel ongewis in deze tijd, maar wat we wel weten is dat voorkomen van Corona én van de Coronamaatregelen, beter is dan genezen.

Bibliografie
Huber, M. (2013). Towards a new understanding of health: Pillars for Positive Health. Journal of Health Sciences, 91(3), 133-134.

Kennedy, J. F. (1959) Speech in Indianapolis on April 12. “In a crisis, be aware of the danger – but recognize the opportunity” (Kennedy, 1959).
Bianca van Wesep, Een kwalitatief onderzoek naar de betekenis van leiderschap voor zingeving in werk en organisatie bij de Koninklijke Marechaussee (2018), p31-34. Dissertatie Vrije  Universiteit Amsterdam. Online toegang: http://dare.ubvu.vu.nl/handle/1871/55603

WHO Constitution of the World Health Organization (2006) www.who.int/governance/eb/who_constitution_en.pdf.