Vermoeid en verdrietig komt ze aangesjokt, een vrouw van mijn leeftijd. Eén rugzak, meer heeft ze niet bij zich. Onze nieuwe gast komt uit Oekraïene, ze is gevlucht uit Kiev. We geven elkaar een hand en kijken elkaar aan. “Sofia,” stelt ze zich voor. Ik zie een licht aangaan in haar ogen. Ze lacht. Vanaf dat moment weet ik: “Ik mag deze vrouw wel.” 

Toen we via de kerk hoorden dat er gastplekken gezocht werden voor Oekraïense vluchtelingen, gaven we ons meteen op, mijn vriend Bart en ik. Zo ben ik opgevoed, mijn ouders vingen ook altijd mensen op. Vietnamese bootvluchtelingen destijds, de hele familie werd ingeschakeld. Nu zijn er een paar duizend kilometer verderop mensen, van wie de steden worden platgebombardeerd. Alles waar je voor gewerkt hebt, wat je hebt opgebouwd, wordt met de grond gelijk gemaakt. In plaats van leven, werk en familie, is er dood, verderf en angst om ze heen. Als dit hier in Utrecht zou gebeuren, zou ik ook op de vlucht slaan, ver weg. Maar waarheen? Het is niet bijzonder om elkaar te helpen. Het is niet meer dan je menselijke taak, vind ik. We hebben hier de luxe dat we kúnnen helpen.

Puin scheppen

Ik zou Sofia op dit moment het liefst een grote, luxe kamer willen bieden, met een eigen badkamer en toilet. Het was destijds geen sinecure om de kamer van mijn dochter op te knappen, die inmiddels op kamers is. Ik ben dagenlang aan het scheppen geweest. Gescheurde proefwerken, halve schoenen, restanten van een afgekloven appel, een wiskeyfles, een ouwe peuk. We hebben de kamer helemaal strak getrokken en geverfd. Alsof we een nieuwe kamer in het huis hadden, ruim en licht, met een donker-paarse muur. Een tafeltje en stoelen, een paar lege planken. Het bed is tegelijkertijd een loungemeubel, je kunt er op chillen en op slapen. Sofia is the proof of the pudding. Wat zou ze van haar kamer vinden? Het gordijn is een beetje rafelig, nu ik wat kritischer kijk. Ze zet haar rugzak neer en begint te stralen. “How beautiful,” zegt ze, “I like colours.” Ze is doodmoe van de reis, vanuit Kiev via Boedapest en Wenen naar Amsterdam. Haar zoon van 27 is nog in het rampgebied Oekraïne. Hij heeft zijn moeder met klem aangeraden Kiev te verlaten, teveel bommen. Zelf wilde ze haar zoon niet achterlaten, maar hij mocht niet weg. En hij had gelijk, zag ze tenslotte in, het was er te gevaarlijk. Ze is met de trein gekomen, overhaast wat spulletjes bij elkaar gegaard. Een lange reis. Ze zijgt neer op het tweepersoonsbed. “I feel like a princess,” zucht ze. Dan valt ze in slaap.

Screening   

De protestantse kerk heeft zodra de vluchtelingenstroom op gang kwam het bericht verspreid onder alle kerken, dat er mogelijk gastgezinnen nodig waren. Ik zag het in de kerkapp van de Nicolaikerk, waar ik lid van ben, en meldde me aan. De opvang wordt grondig aangepakt. Je wordt gescreend, ik moet een gesprek voeren met iemand die kijkt wat voor soort vluchtelingen er in ons huis passen, om op die manier mismatches te voorkomen. Niet nog een trauma op een trauma, dat is wel het laatste wat je wilt. Het is best een intens gesprek. We hebben ons opgegeven in ons enthousiasme, nu moeten we vragen beantwoorden als wie we in huis willen. Ik zeg dat ik een voorkeur heb voor een vrouw, en dat het een tweepersoonsbed is, dus daar kan best een kindje bij, maar liever geen stel (ik heb geen zin in een man die hier door ons huis banjert. Of is dat een vooroordeel? Ben ik nu te kritisch? Mannen hebben toch ook hulp nodig? ) Ik moet ineens ook grenzen aangeven. Ik hoor mezelf zeggen dat de woonkeuken voor iedereen is, maar de huiskamer privé. Terwijl ik het zeg, vind ik mezelf opnieuw ongastvrij. Aan de andere kant, als die vluchteling komt, je weet niet wie, wil ik ook alleen kunnen zijn. En veel kamers hebben we niet. Hoe lang de potentiële vluchteling kan blijven? Geen idee! Ik zeg dat het in principe tijdelijk is, maar dat ik open sta voor een langere periode, dat ligt eraan hoe het van twee kanten klikt. We worden opgenomen in een gastgezinnenappgroep. Via een andere appgroep krijg ik actuele informatie over nieuwe ontwikkelingen rond opvang vanuit de gemeente Utrecht en vanuit de kerk. In de appgroep zie ik de eerste matches. Gezinnen die gezinnen opvangen. “Ik denk niet dat er ooit een match bij ons ontstaat,” zeg ik tegen mijn vriend. “Wij hebben een klein huis en maar één bed. Misschien is het ook maar beter. Als hier iemand helemaal uit Oekraïne gevlucht komt, uit oorlogsgebied, is ons huis misschien wel een bummer.”  Ik begon me erop in te stellen dat we geen vluchteling in huis zullen krijgen. En hoewel de aanleiding voor deze exercitie bitter en afschuwelijk is, vind ik dat ook wel jammer. We hebben nu A gezegd, dan ook B en C en D.  En toen kwam Sofia.

Broedervolken

Sofie blijkt kunstenaar en vakbladjournalist te zijn. Zodra ze de volgende ochtend wakker wordt, schiet ze in de actie. Ze heeft afgesproken in de stad omdat er een demonstratie is tegen de oorlog. Ze doet via zoom een cursus Nederlands van een Oekraiëns- Nederlandse docente, ze heeft de cursus opgenomen. “Goedendag, goe gaat het met jou? “ hoor ik haar oefenen. Haar Engels is niveau A2-B1 (eenvoudige zinnen, kleine woordenschat). Ze vraagt me vaak langzamer te praten. Maar we praten wel, en het zijn geen oppervlakkige gesprekken. Ze wil niet teveel nieuws zien, zegt ze, alleen het positieve nieuws. Ze kan het niet meer aan, wat er allemaal gebeurt in haar land. Sofia heeft Oekraïens- Wit-Russisch – Somalische roots, de vluchtelinge is de dochter van een Somalische vluchteling en een wetenschapper. Haar moeder, jurist, woont in Vladivostok in Siberië, acht dagen achter elkaar treinen vanaf Sint Petersburg. “Het ergste vind ik nog, dat mijn moeder niet eens gelooft dat er oorlog is,” zegt Sofia. “Mijn moeder denkt dat het propaganda is. Dat doet pijn.” Door Sofia zie ik de oorlog vanuit een andere invalshoek. Er zijn velen zoals zij. Russen met Oekraïense wortels, Oekraïners met Russische verwanten, Rusland en Oekraïne zijn met elkaar verweven. “In Kiev hoorde ik de Russische soldaten met elkaar praten. Ik kon ze verstaan. Het zijn jongens van ons broedervolk. Toch worden we platgebombardeerd. Hoe kan dit? ” De oorlog in Oekraïne heeft binnen families volgens Sofia veel weg van een burgeroorlog, en dat maakt het extra pijnlijk.

Bibliotheek op het Neude

Een paar dagen later. Sofia komt naar beneden, ik zit in de keuken. “Ik wil gelpen met het guisgouden,” zegt ze. “Jij hebt grote doek?” Ik vind het knap dat ze al zo goed Nederlands kan, ze werkt er elke dag een paar uur aan. Ook haar Engels gaat vooruit. Ze zegt dat ze gezien heeft dat we allebei hard werken en dat ze het fijn vindt om iets te doen. Ik kan me in haar plaats voorstellen dat je je nuttig wilt maken in een huis van relatief vreemden. Ik geef haar een emmer en wat sop en ze maakt het hele huis schoon. Zelfs de spiegels glimmen. Ondertussen maakt ze sieraden en werkt ze aan haar kunst. Ze heeft zich ingeschreven bij de gemeente Utrecht. Haar oren staan nog niet naar het zakgeld van de gemeente, ze wil gewoon werken voor haar geld, zegt ze. Ik probeer haar uit te leggen dat het haar in ieder geval aan het begin wat armslag geeft, en dat ze ondertussen kan zoeken naar werk. Sofia zit niet stil. Ze wandelt in ‘de park’, daarmee bedoelt ze Amelisweerd. Ze wil weer gezond worden, legt ze uit, in Oekraïne zat ze de hele dag in de schuilkelder en kon ze nauwelijks bewegen. Ik neem haar mee naar de bibliotheek op het Neude en drink koffie met haar op de tweede verdieping, uitzicht over de Oude Gracht. Ze wordt met de dag vrolijker.

Kerk en staat

De Gemeente Utrecht werkte al snel samen met de kerken. De goede samenwerking tussen kerk in staat in Utrecht, is landelijk gezien uniek te noemen. Het is praktisch en handig, Utrecht is een kerkelijke stad en de kerken hebben ervaring met vluchtelingen, ze vingen en vangen ondermeer Syrische vluchtelingen op en nog veel andere groepen. Er is know-how in de kerken, artsen, psychologen, ondernemers, horecamensen. Omdat de kerk al langer met gastgezinnen en opvangtehuizen werkt, hoeven ze bij deze Oekraïense groep vluchtelingen de opvang alleen maar op maat snijden.

“Scherven brengen geluk.”

Inmiddels woont Sofia meer dan een week bij ons in huis. Ze belt dagelijks met haar zoon, het gaat goed met hem. Het huis ruikt naar Oekraïnese Borsch, een heerlijke, dikke groentesoep die ze graag maakt. Lachend staat ze met grote bewegingen te roeren in de grote pan “Ik ben net een heks!” roept ze. Met Sofia kun je lachen, al lees ik ook de zorgen in haar ogen. Ze heeft een ritme ontwikkeld van ’s ochtends vroeg opstaan om een eind te wandelen in ‘de park’.  ’s Zondags gaat ze mee naar de Vesper in de Nicolaikerk, dat vindt ze mooi. Ze maakt sieraden, zoekt werk, leert Nederlands. Elke dag stuur ik haar een extra lesje van de woorden die ze die dag heeft geleerd met zinnen. Ze wil dat graag, en ik ben heel vroeger afgestudeerd in ‘Nederlands als tweede Taal’ dus dat komt van pas. Ze kijkt jeugdjournaal en leest dagelijks een stuk uit het boekje dat ik haar gaf van Toon Tellegen: “Scherven brengen geluk.” Geen makkelijk boekje, als Oekraiens je voertaal is, maar ze snapt de essentie. “Gij schrijft goe je kunt leven,” zegt ze, en dat klopt precies. Ze is een snelle en creatieve leerling. Wat is de vertaling voor “The sky is blue?” vraagt ze, terwijl ze slalomt met haar vouwfiets over de Oude Gracht. “De lucht is blauw.”  Ze knikt. “De lucht is blauw, en ik ben blij.“

 

Benieuwd naar de sieraden van Sofia? Ze staat inmiddels op vinted: ga naar https://www.vinted.nl/member/86890398-sofiiafh

 

Dit verhaal kwam tot stand in samenwerking met www.jurkenvanmaria.nl en www.depup.nl

 

p.s.: join onze groep op facebook!