Met het lied van Huub Oosterhuis als inspiratie hebben drie OJG-ers geschreven over hun manier van (be)wonen. Op voeten, twee. En met een neus vol levensadem.
Zij kozen voor een woonvorm waarbij sociale omgang een centrale rol speelt: leven in een woongroep, of in een sociale en duurzame woonwijk.

JORAM SCHLATMANN
joramschlatmann@gmail.com

Sinds drie jaar woon ik in de oecumenische leefgemeenschap Ki Tov op de Grave van Solmsstraat 4. Eerst op zolder in de studentengroep en sinds kort een verdieping lager als lid van de woongroep. Veel gemeenteleden kennen deze plek nog, toen de EUG/Janskerkgemeente er nog haar thuisbasis had. Een voormalig klooster van de Fraters van Tilburg, nu bewoond door een woongroep en een studentengroep.

Wonen in Ki Tov betekent niet alleen wonen, maar ook samenleven in de geest van Christus. Alle bewoners hebben een andere (spirituele) achtergrond. Het is dan ook een bewuste keuze om samen te leven, met zorg voor elkaar. In Ki Tov doen we dit op verschillende manieren. We bidden twee keer per dag. We worden stil en zijn samen in gebed ondanks onze uiteenlopende christelijke achtergronden. Respect voor ieders geloofsbeleving is dan ook belangrijk. Zoals Oosterhuis het noemt, is niemand meer of minder. Draag zorg uit, voor de natuur en elkander. Hoed elkander en wees daarin vrij.

Samen wonen en bewonen van de aarde en de ruimte geven aan de kwetsbaren van de aarde. Als een groot huis maak je hier bewuste keuzes voor. Ruimte bieden aan studenten, ruimte bieden aan internationals, ecologisch en duurzaam leven en zorg dragen voor de natuur. Het verbouwen van eigen groente en je huis open stellen voor geïnteresseerden in de wijk.

Het samen leven in een leefgemeenschap en daarin je eigen keuzes maken ervaar ik als iets heel bijzonders. Een zijn van velen en tegelijk een met allen is niet zo gebruikelijk in onze toch soms individualistische maatschappij. Mijn interpretatie van de tekst van Oosterhuis is dat bewonen niet alleen wonen is, maar ook leven. Het leven met twee voeten op de aarde. Het is dan ook een bewuste keuze om niet alleen samen te wonen, maar ook samen te leven.

Is het samen bewonen van een huis dan altijd makkelijk? Nee, soms totaal niet. Als je samen woont in een gezin leef je met dezelfde normen en waarden. Leven in een gemeenschap betekent uiteenlopende normen en waarden waarbij het noodzakelijk is afspraken te maken waarin ieder zich kan vinden. Zeker in coronatijden is dat soms lastig. Ben je als woongroep nog geclassificeerd als een gezin? In hoeverre moet je ook binnenshuis je vrijheden inperken om elkaar te hoeden? Hoe kan je leven met een hoofd niet in de wolken maar wel geheven naar de zon? Door open, liefdevol en respectvol te zijn. Het samen leven in een groot huis in deze tijd te zien als iets positiefs. Om te zijn elkaar tot zegen. Naar een menselijk bestaan.

RENÉ VAN BEMMEL
rwvbemmel@gmail.com

Marieke (van Selm) en ik wonen vanaf 2003 in ’t Groene Sticht. Wonen en werken in een sociale en meer duurzame omgeving. Grote inspirator was wijlen Ab Harrewijn (1954 – 2002), Tweede Kamerlid van Groen Links, predikant én Utrechter. Hij had een droom: “Een woonerf waar plek is voor mensen met verschillende achtergronden, maar zeker ook voor daklozen. Voor mensen die er om ideële of praktische motieven voor kiezen, én mensen die weinig te kiezen hebben. Een erf met een sociale functie in de buurt. Een erf waar wonen en werken nog dicht bij elkaar liggen.” We mochten als toekomstige bewoners deelnemen om van deze droom en een maquette op de tekentafel een levende werkelijkheid te maken.

‘t Groene Sticht is onderdeel van de Vinexwijk Leidsche Rijn en is gebouwd in en om een voormalige biologische boerderij aan de Groenedijk. Het omvat woningen voor ex-dakloze mensen, studenten, gezinnen, werkende jongeren, alleengaande mensen. En een woongroep van Emmaus met een winkel en diverse werk- en buurtfuncties waaraan de bewoners en buurtgenoten deelnemen. Zoals een design- en werkplaats voor dagbesteding en opdoen van werkervaring voor ex-daklozen en mensen met een verstandelijke beperking, vergader- en werkruimtes, een gastenverblijf van ex-dakloze mensen, en het buurtrestaurant ‘De Hoge Weide’, tevens werkplek voor mensen met een verstandelijke beperking. De sociale samenhang in het ’t Groene Sticht en met de buurt wordt versterkt door het organiseren van diverse activiteiten zoals Koningsdag, tuindagen, het midzomerfeest, burendag en een noaberbar.

’t Groene Sticht draagt ook haar steentje bij aan een duurzamer samenleving. We beheren en gebruiken een biologische tuin, promoten groene stroom met zonnepanelen op onze dagen, organiseren een uitgiftepunt van een biologische groentepakket met streekproducten, bewoners delen een MyWheels-auto, Emmaus-Parkwijk runt een recycle-winkel voor tweedehands goederen, bij activiteiten en bedrijfsvoering besparen we energie en beperken we het afval.
Wat inspireert ons om van deze gemeenschap deel uit te maken? Het is fijn om met mensen te wonen die vanuit een gedeeld ideaal en verlangen leven. Het betekent ook de handen uit te mouwen steken want de praktijk is weerbarstig. Voedingsbodem en oefenplaats in het samenleven van mensen waar je anders niet snel mee optrekt. De een meer leuner, de ander meer drager. Waar je gezien en geaccepteerd wordt, elkaar steunt, samen feest viert, erf en tuin bewerkt, samen eet, gedenkt, lol maakt, onenigheid uitpraat en nieuwe plannen maakt. Kortom: voluit leven dat je verrijkt, zin geeft, dankbaar en bescheiden maakt.

LOUISE GOETZE
louise.goetze@live.nl

’s Zomers ‘woon’ ik al jaren op de camping in Drenthe. Ik geniet van mijn tuin, mijn appelbomen, de vogels én van het omgaan met de mensen van mijn veldje, er is een soort naoberschap; je bent zelfstandig, maar wel in contact. In Utrecht was ik op zoek naar iets nieuws.

Bij de apotheek zag ik een flyer liggen: open dag in de senioren woongroep Tuinwijk, in Nieuw Bleyenburg. Ik ging er heen en wist binnen een half uur: dit is wat ik wil. Ik voelde mij thuis bij de mensen die er al woonden met hetzelfde ideaal als ik: zelfstandig wonen, maar wel in contact met anderen, je kijkt naar elkaar om, doet eventueel. hand- en spandiensten, maakt samen het leven mooier.
De woningen zijn ruim en de tuin is prachtig. Je mag er in werken, maar het hoeft niet. En zo is het met alles. Leeftijd om te komen wonen: 55 tot maximaal 67. Ik was 66, net op tijd dus. Acht maanden later woonde ik er!

Is het een hemel op aarde? Nee, je moet er samen soms flink aan trekken om het goed te houden.
Maar ik heb er nog geen dag spijt van gehad. Inmiddels heb ik de organisatie van het koortje tot mijn core business gemaakt. Zingen verbindt en iedereen kan meedoen. Met mijn verhuizing naar de woongroep is mijn leven rijker geworden. Je kunt elkaar ontmoeten, soms heb je daar niet veel behoefte aan en dat mag ook. Maar er wordt vaak gelachen en er is altijd wel iemand die meegaat bij museumbezoek, film of fietstochtjes. En omdat je elkaar leert kennen kun je ook nabij zijn in ziekte, afname van krachten en sterven.

Al vroeg in mijn werkende leven kreeg ik te maken met verschillende gezondheidsproblemen. Daardoor moest ik veel te vroeg stoppen met mijn werk als maatschappelijk werker. Dan wordt het moeilijker om in zinvol contact te blijven met anderen, het wordt stiller om je heen.
Als ik er zo bij stil sta ervaar ik God vooral in verbinding met anderen, zoals Huub Oosterhuis verwoordt:

Dat ik ben niet meer of minder,
dan een mens, een kind van mensen,
een van velen, een met allen,
groot en nietig, weerloos vrij,
om te zijn elkaar tot zegen,
om te gaan een weg van dagen,
liefdes weg, die ooit zal leiden,
naar een menselijk bestaan.

Dat vind ik in mijn campingleven,
Dat beleef ik in de Janskerkgemeente en in het Janskoor
en dat vind ik ook in mijn woongroep.

Zo hoop ik zingend oud te worden.

Dit artikel is beschikbaar gesteld door Wijs, het blad van de Oecumenische Janskerkgemeente. En is afkomstig uit de nieuwste Wijs, die 9 juli zal verschijnen.
Nieuwsgierig naar het hele blad en heb je nog geen abonnement? Mail voor een proefnummer naar het secretariaat van de Oecumenische Janskerkgemeente.