Tekst: Maartje Kooijman

Het is een natte zondagochtend. Op een paar verdwaalde toeristen na, slaapt Utrecht. In stilte staar ik naar de Domtoren. Achter mij krast plotseling een vogel en even lijkt het alsof ik in een middeleeuws verhaal ben beland. Dan hoor ik mijn naam. Arie Noordermeer, klokkenluider, staat met een glimlach op me te wachten.

Arie is lid van het Utrechts Klokkenluiders Gilde (UKG), een vereniging met bijna negenhonderd leden. Daarvan zijn er zo’n tachtig actief als klokkenluider. Hoewel het een vrijwillige positie is, heb je als luider heel wat verantwoordelijkheden. Zo krijg je eerst een jaar training, moet je op alle locaties kunnen luiden om een certificaat te krijgen en is er een rooster. Vandaag mag ik met hem mee naar de luiding op de Domtoren.

verliefd

Voor Arie begon het avontuur in 2000. “Ik kwam een folder van het gilde tegen en vond het grappig dat klokkenluiden nog bestaat. Voor een tientje wilde ik dat best steunen. Zo werd ik lid en mocht ik een keertje komen kijken. Ik was de Dom nog niet op geweest, dus dat zag ik wel zitten. Nou, toen kwam ik boven bij de luiding hier op de Dom en dat was zo’n overweldigend geluid. Ik dacht: ‘Wauw, dit wil ik ook.’ Ik was meteen verliefd.”

Toen hij zich aansloot bij het gilde, speelde het geloof voor Arie geen rol. Voor hem was de liefde voor de klok voldoende. Maar kerkgang en klokkenluiden overlappen elkaar zo nu en dan. “Ik ga zelf naar de Geertekerk en het is heel bijzonder als ik daar mag luiden, maar soms ook erg lastig. Ik ben namelijk voorzitter van de kerkenraad en dat valt soms samen met het luidrooster. Vaak denk ik  dat het wel lukt, maar dan heb ik het zo druk dat ik toch rond moet vragen of iemand anders wil luiden.”

bisschop

Via een brede trap met hoge treden loop ik met Arie de toren in. Plotseling staan we middenin de Michaëlskapel, waar vroeger de bisschop zetelde. Het voelt voor mij, als katholiek, erg bijzonder om hier te staan. Hoewel de ruimte vrij leeg is, op wat stoelen en een tafel na, kan ik me helemaal voorstellen hoe het er ooit uitzag: een strenge man in een rood gewaad, zittend aan een bureau vol met boeken en papierwerk. Er loopt een rilling over mijn rug. Noordermeer: “Helaas zijn er geen tekeningen van hoe het er toen uitzag, maar ik zie voor me dat hij hier zijn gasten ontving. Of met mensen sprak en at. Nu wordt het gebruikt voor tv-opnames en als trouwlocatie. Ik heb hier zelf vijfentwintig jaar geleden mijn bruiloftsdiner gehouden, dat zijn mooie herinneringen.”

Maria

Voor het luiden begint, lopen we door naar de zolder waar de klokken hangen. De brede hoge treden van zojuist hebben nu plaats gemaakt voor een smalle, vochtige trap. We gaan rond en rond. Hoe hoger we komen, des te natter de treden worden. De wind giert en het is koud. Toch deert het me niet. Er hangt een mysterieuze kalmte in de toren. Ik geniet van het klauteren en ben verbaasd over hoe snel we bij de klokkenzolder aankomen.  Noordermeer opent de smalle deur en we worden meteen geconfronteerd met een houten balk. Hij duikt er soepel onderdoor. Ik volg blindelings.

Op het moment dat ik weer overeind kom, valt mijn mond open van verbazing. Ik sta oog in oog met één van de grootste klokken van de Domtoren: de Maria. De hele zolder is één en al klok. Groot, ik pas er twee keer in, en dat is nog niets eens de grootste klok. Noordermeer begint te lachen. “Tja, hier hangen ze dan.” Ik kijk rond en zie de veertien luidklokken, ieder op zijn eigen plaats. Vol verbazing kijk ik de klokkenluider aan. “Ik kan niets anders zeggen dan wauw.” Hij begint nog hartelijker te lachen. “Zo heet de klokkengieter ook, Van Wou.”

verlosser

Geert van Wou is de schepper van de zes grootste klokken die in de Domtoren hangen. Hij goot ze in het jaar 1505. Het pronkstuk is enorm en weegt meer dan achtduizend kilo. Naast de klok hangt een tekst waarop een introductie staat. Op poëtische wijze vertelt de klok zelf wie hij is: de Salvator oftewel de Verlosser. Hij die de hemelen doet daveren en de sterren dragende wind doet bewegen. Hij met een vaste stem vol verborgen lieflijkheid.

engelenkoor

Terwijl ik de woorden van de Salvator laat doordringen, lopen Arie en ik een verdieping omlaag. Daar staan niet alleen luiders klaar voor de kerkoproep, maar ook enkele genodigden. Hun stemmen vullen het houten vertrek en er klinkt gelach. De luidmeester loopt een ronde om te kijken of iedereen klaar is en de bezoekers niet in de weg staan.

Alsof we gezamenlijk aanvoelen dat het bijna zover is, wordt het plotseling doodstil. De meester kijkt even op zijn klok en knikt naar de eerste luider. De man gaat met zijn volle gewicht aan een stuk touw hangen en enkele seconden later klinkt boven ons de eerste klok. Een helder geluid. Haast een lieflijke stem waarbij je thuiskomt. Een zwaardere toon vult haar aan en opeens begrijp ik waarom de klokken namen hebben. Je hoort hun persoonlijkheden in de klanken. Ik sta recht onder een engelenkoor en ik kan er geen genoeg van krijgen.

Mei 1945

Wanneer de klanken van de eerste luiding wegsterven, bedwing ik mezelf om niet te klappen. Noordermeer glimlacht, hij begrijpt het als geen ander. Toch moet mijn emotie in het niet vallen met wat de Utrechters op 7 mei 1945 voelden. “Er zijn mensen die nog steeds ontroerd raken als ze aan die luiding terugdenken. De klokken waren jarenlang stil geweest en zelfs op de grond gezet. De hoop was dat ze zo gespaard zouden blijven als de Dom gebombardeerd werd. Dat laatste gebeurde gelukkig niet. De klokken werden op 6 mei meteen teruggehangen en de volgende dag weer voor het eerst sinds jaren geluid. Dat was voor veel Utrechters de ultieme bevrijding.”

Tradities

Na de tweede luiding lopen Arie Noordermeer en ik nog even over het balkon van de toren. Ik moet mijn hakken stevig neerzetten om niet omvergeblazen te worden, maar het uitzicht is het waard. Heel Utrecht ligt daar, aan mijn voeten. Ik voel me gelukkig.

Een Katholiek die geniet van protestantse rituelen. Is er eigenlijk een verschil? Noordermeer schudt zijn hoofd. “De katholieken zijn van oorsprong wat uitbundiger, die maken er meer een show van. Protestanten zijn soberder. Daarom is er heel lang erg weinig geluid op de Dom en dat vinden wij jammer. Dus in die zin proberen we een beetje terug te grijpen op de katholieke tradities. Zo luiden we de Maria Magdalena als eerste voor Pasen en de Johannes Baptista bij de advent. Die weetjes ontgaan de meeste mensen, maar dat is niet erg. We proberen het gewoon weer in te voeren.”

gedicht

Wanneer Noordermeer en ik afscheid van elkaar nemen, drukt hij mij een gedichtenbundel in mijn handen. Er staan verzen over klokken en luiders in, samengesteld door het Utrechts Klokkenluiders Gilde. Een prachtig boekje om mij aan deze prachtige dag te herinneren.

Als ik later de bundel doorblader, zie ik een gedicht van Riek Vos-Beyerman. Mijn hart begint sneller te kloppen. Het verhaal dat Noordermeer mij vertelde, staat hier zwart op wit. Bij de laatste regel rolt er een traan over mijn wang.

‘de sint Salvator heeft geluid, ten vrede in, ten oorlog uit’

Na zo dichtbij de klokken te zijn geweest en hun gezang tot in mijn botten te hebben gevoeld, komt het ineens heel dichtbij. Pas dan begrijp ik dat het luiden voorbij gaat aan geloof, geslacht of huidskleur. Het luiden verbindt ons. Als de Domtoren zingt, luisteren wij.

Interesse gekregen? Kijk op www.klokkenluiders.nl voor meer informatie.