Straatpastor Jan Bernard Struik ontvangt een zegen voor zijn werk

Liesbeth Timmers

Zondagochtend 16 september. Ik stap de Jeruzalemkerk binnen. In deze viering zal Jan Bernard Struik een zegen ontvangen voor zijn vrijwilligerswerk als straatpastor. Zelf ben ik gastvrouw bij het Straatpastoraat, iedere maandagmorgen in de inloop-met-maaltijd in de Jacobikerk. En graag ben ik er nu bij. Ik zie straatpastor Wieke de Wolff, een paar mede-vrijwilligers en een paar vrienden van de straat. En ik maak kennis met enkele leden van de Werkgroep Straatpastoraat van de Jeruzalemkerk. Dit is de kerk van waaruit het Straatpastoraat Utrecht is ontstaan en die het – organisatorisch volledig en financieel sinds dit jaar samen met de Domkerk en de Jacobikerk – draagt.

Welkom
Ook al is deze zegen maar een klein onderdeel in de liturgie, het past thematisch mooi in de viering. “Welkom in Gods huis. Met open armen word je ontvangen”, zingen we aan het begin. Een open uitnodiging aan iedereen, zonder onderscheid.

Straatpastor en straatkoffie
De kinderen gaan naar de kindernevendienst. Maar eerst komen ze allemaal naar voren. De ouderling vraagt hen: Wat is een straatpastor? Een kind associeert moet denken aan een straatborrel. Prachtig… De ouderling associeert door: Straatkoffie. Ja, dat is de inloop wel een beetje. En ze vervolgt: “Misschien heb je op straat wel eens iemand zien lopen met veel spullen: veel tassen, een slaapzak, … Vaak is dat iemand die geen dak boven zijn hoofd heeft, of wel een dak maar geen thuis. Soms hebben ze dan wel een plek om af en toe iets te eten of koffie te drinken. Straatpastor Wieke loopt rond in de stad en praat met die mensen en gaat soms koffie met hen drinken. Ze leeft met hen mee en helpt hen waar het kan. Maar dat kan ze niet alleen. Daarom komt Jan Bernard erbij, die gaat dat ook doen. En hij kan het ook niet alleen, daar heeft hij de zegen van God voor nodig.”

Liefdevolle armen
We lezen over de verloren zoon die terugkomt (Luc. 15 : 20-24, over kind of erfgenaam van God zijn (Gal. 4 : 1-7) en dat je altijd bij God terecht kunt (Hebr. 10 : 19-23) en zingen Psalm 103: “Zoals een vader liefdevol zijn armen slaat om zijn zoon”. En predikant Koos Jonker vervolgt – en ik neem hieruit mee: De vader haalt de verloren zoon groots binnen, herstelt hem in zijn positie. Niets geen voorwaarden als dat hij mislukt is en eerst maar eens moet laten zijn dat hij het waard is, dat hij het kan. De zoon hoeft niet eerst nog dat en dat te doen, eerst zijn leven te beteren. Zoals hij is, op dat moment, mag hij komen.
En dat geldt ook voor ons en onze God. Ook wij zijn erfgenaam, en de erfenis is Gods Koninkrijk. Natuurlijk moeten we allemaal wel hier en nu onze weg vinden, maar die belofte dat we binnen Gods bereik zijn, iets van een doorzicht naar Gods Rijk, kan ons daarin wel gaande houden en richting geven.

Een thuis voor iedereen
Voordat Jan Bernard de zegen krijgt, vertelt Wieke iets over het Straatpastoraat: Gelukkig hebben niet alle dak- en thuislozen zoveel spullen bij zich. Sommigen hebben wel een plekje om te wonen, maar voelen zich daar niet zo thuis. Zij zoeken mensen om hun verhaal mee te delen. Zelf is zij al 15 jaar straatpastor, en nu komt Jan Bernard erbij, een “warme straatpastor met grote oren en een groot hart”. Maar er zijn ook vrijwilligers, en we doen het met elkaar. Zoals er een dorp nodig is om een kind op te voeden, is er een hele stad – met kerken – nodig om die stad te maken tot een thuis voor iedereen.

In gesprek geraakt
Jan Bernard Struik is sinds 3 jaar met pensioen. Daarvoor was hij kerkelijk leider bij de Vineyard. Hij is nu “op straat te vinden”. Waarom wil hij dit werk doen? Omdat barmhartigheid het wint van oordelen. Hij woont in de binnenstad en wandelt vaak langs de singels. Daar raakte hij vaak met mensen in gesprek, ook met mensen zonder dak of thuis. En zo raakte hij betrokken bij het Straatpastoraat. En dat wíl hij ook. Hij vindt het zorgwekkend dat het aantal daklozen tot een recordhoogte is gestegen en wil met hen optrekken, naar hen luisteren, hen helpen en er voor hen zijn op de weg die ze gaan. De liefde van God die ons eerst heeft liefgehad wil hij proberen te delen met anderen die deze liefde willen ontvangen.
Nadrukkelijk zegt hij: “We doen het met elkaar: met de vrijwilligers en met jullie allemaal. Ik vind het van belang dat we het hele Evangelie met de hele kerk in de hele stad brengen, dat we present zijn op straat. Ik ben straatpastor, maar we zijn allemaal straatchristenen.”
Hij sluit af met een heel concrete tip: Hij heeft altijd een HEMA-kaart op zak met € 5,- erop. Als hij iemand tegenkomt die om geld voor eten vraagt, geeft hij die kaart.

Zegen
Koos Jonker dankt voor het Straatpastoraat vanuit deze kerk, dat we met anderen mogen delen wat we van God ontvangen en mogen leren van elkaar, ook van onze medemensen op straat. En hij bidt om een zegen voor het werk van Jan Bernard als straatpastor ten dienste van Gods Koninkrijk, dat Gods Geest hem hierin zal vergezellen en dat hem wijsheid gegeven zal worden. Dan zingen we staande enkele malen “Neem mij aan zoals ik ben. / Wek in mij wie ik zal zijn. / Druk uw zegel op mijn hart en zegen mij”. En zingend bidden we elkaar zo ook een zegen toe voor het werk dat wij allen (kunnen) doen als straatchristenen. Moge het zo zijn!