Karel Eisses schreef over Kierkegaard voor het themanummer Denken van Wijs, het blad van de Oecumenische Janskerkgemeente (juli 2022). Karel is aan het einde van zijn studietijd begonnen met selecties uit Kierkegaards Dagboeknotities en inleidingen. Hij laat ons daarmee kennis maken. Veel prachtige teksten met als voorbeeld een schets van wat geloof eigenlijk is: Een stuurman van een schip op een onstuimige zee zet geen koers uit op de eerstvolgende golftop, maar op een vast punt aan de hemel.

Tekst: Karel Th. Eisses

Buitengewoon goede observator

In het begin van de negentiende eeuw werden in Denemarken twee jongetjes geboren, die tijdens hun leven zouden uitgroeien tot grote schrijvers. Hans Christian Andersen werd in 1805 in Odense op de wereld gezet in armoedige omstandigheden. Søren Aabye Kierkegaard zag het levenslicht in 1813 te Kopenhagen als zevende en laatste kind van een hele rijke vader. Zijn vader was toen 56 jaar en zijn moeder 44.

Andersen werd tijdens zijn leven al heel beroemd in Europa, terwijl Kierkegaard voornamelijk in Kopenhagen roemruchte bekendheid verkreeg. Hij werd pas na zijn dood wereldberoemd, doordat anderen zijn geschriften gingen ordenen, uitgeven, vertalen en bestuderen. Hij had wel geschreven dat zijn tijd nog ging komen. Kierkegaard en Andersen waren buitengewoon goede observators van hun tijdgeest en sociale verhoudingen omdat ze beiden buitenbeentjes waren in de stad. Ze werden ook niet bevriend. Waar Andersen zijn Sprookjes en Vertellingen voor Kinderen polijstte, schreef Kierkegaard bepaald niet voor kinderen en pende al zijn gedachtenvarianten op papier.

 

Overweldigende productie

Wanneer een gevoelige, hyperintelligente jongen door een rentenierende, piëtistische, zwaarmoedige oude vader wordt opgevoed is volgens de zoon de basis gelegd voor diens overweldigende productie. Deze betreft uiteindelijk onder meer 20.000 dagboeknotities, vanaf 1909 in twintig banden verschenen, en 33 boektitels plus enkele ongepubliceerde manuscripten.

In 1835 wordt Kierkegaard door zijn vader naar het kustdorpje Gilleleje gestuurd om eens goed na te denken wat hij met zijn studie theologie wil. In de beroemde, niet verstuurde, Gilleleje-brief schrijft hij dat hij zich eigenlijk voor te veel zaken interesseert. Dat natuurwetenschappen hem boeien, maar dat hij het liefst het raadsel van het leven wil ontrafelen en oplossen. Darwin was toen nog bezig met zijn wereldreis. En de paleontologische ontdekkingen in Brazilië van zwager Peter Vilhelm Lund aan wie de brief geadresseerd is, moesten nog door Darwin op waarde geschat worden. De markantste zinnen zijn: “Het komt erop aan mijn bestemming te begrijpen, te zien wat God eigenlijk wil, dat ’ik’ zal doen. Het gaat erom een waarheid te vinden die waarheid is voor mij, de idee te vinden waarvoor ik leven en sterven wil. Wat baat het mij dat ik een zogenaamde objectieve waarheid zou ontdekken, dat ik mij door de systemen der filosofen heen werk?”

 

Meerdere gezichtspunten

Kierkegaard ontmoet daarna de tien jaar jongere Regine Olsen en ze zijn zo verliefd dat ze zich in 1840 met elkaar verloven, iets wat Kierkegaard eigenlijk gelijk berouwt. Een jaar later geeft Kierkegaard zijn ring terug, verdedigt hij zijn proefschrift Over het begrip ironie bij Socrates en verdwijnt een tijdje naar Berlijn, waar het grote schrijven begint. Uiteindelijk draagt Kierkegaard zijn hele oeuvre op aan zijn muze Regine Olsen.

Kierkegaard schrijft een deel van zijn werken onder 21 pseudoniemen en vrijwel tegelijkertijd met de publicatie van een pseudoniem werk verschijnt er ook een zogenoemd christelijk werk onder eigen naam met titels als Opbouwende toespraken. De pseudoniemen variëren van ‘A.’, het grappige ‘A.B.C.D.E.F. Goedehoop’,’Nicolaus Notabene’ en ’Hilarius Bogbinder’. Ieder pseudoniem belichaamt een specifieke zienswijze, een facet van menszijn, waardoor de rijkdom van het menselijk bestaan vanuit meerdere gezichtspunten belicht wordt. Kierkegaard hanteert verder de socratische opvatting dat wezenlijke waarheid enkel op indirecte wijze kan worden meegedeeld. De auteur(s) maakt (maken) de lezer alleen maar opmerkzaam. Ze roepen bij de lezer het besef van de waarheid en het verlangen ernaar wakker. De lezer zal zich in de ene pseudonieme auteur meer herkennen dan in de andere. Het is Kierkegaards bedoeling dat de lezer een standpunt gaat innemen.

 

Verhouding tussen mannen en vrouwen

Enkele werken moeten op z’n minst in kort bestek voorgesteld worden:

Of/Of. Een levensfragment uitgegeven door Victor Eremita. Deze ‘uitgever’ vindt en koopt een secretaire met veel laadjes en vakjes. Op een zeker moment moet hij deze kast met een handbijl te lijf gaan omdat de geldla potdicht zit. Dan springt een geheime la open met allerlei papieren van ‘A’ en brieven van ‘B’ aan ‘A’. Het boek opent met een negentigtal beeldende waarnemingen en introspecties in aforistische vorm om te vervolgen met een analyse van de opera Don Giovanni van Mozart, hoofdstukken met titels als ‘Schaduwbeelden’, ‘De ongelukkigste’, ‘Eerste liefde’, en ‘Dagboek van de verleider’ maken duidelijk dat de verhoudingen tussen mannen en vrouwen problematisch kunnen zijn. Schrijver ‘B’ houdt in deel twee een pleidooi voor het voordeel van een (gelukkig) huwelijk. In een ongepubliceerd ‘Postscriptum’ van de uitgever in de dagboeknoties van Kierkegaard staat: “Nadat ik eerst alle onderdelen had doorgelezen, heb ik alles op me laten inwerken gedurende een tijd van contemplatie. Ik stel voor dat de lezer hetzelfde doet […] Op die manier treedt de lezer in een relatie van zelfwerkzaamheid tot het boek […] Ieder mens beleeft in zijn eigen leven een of/of.” Een anonieme briefschrijfster aan Kierkegaard: “Ik dacht dat ik wist wat lachen betekende,  maar nee, pas toen ik Of/Of  las had ik er enig idee van wat het betekent om uit de grond van je hart te lachen.”

 

Ethische vragen

Vrees en beven door Johannes de silentio gaat over  het bijbelverhaal waar Abraham en Isaak naar de berg Moria gaan om te offeren. Vanuit verschillende gezichtspunten werpt de auteur allerlei vragen op, waaronder de hoofdstuktitels ‘Bestaat er een absolute plicht tegenover God?’ en ‘Kon Abraham het ethisch verantwoorden dat hij zijn voornemen voor Sara, voor Eliëzer, en voor Isaak verborg?’ Een wezenlijk boek over godsdienst. Een hedendaagse filosoof noemde dit het gevaarlijkste boek dat hij kende.

Het begrip angst. Een eenvoudige psychologische overweging, die verwijst naar het dogmatische probleem van de erfzonde door Vigilius Haufniensis. Kierkegaards pseudoniem maakt voor het eerst onderscheid tussen angst en vrees. Vrees slaat op een concrete bedreiging. Angst is ‘het duizelen van de vrijheid voor de afgrond van haar eigen mogelijkheden.

 

Levensstadia

Stadia op de levensweg. Studies van verschillende auteurs. Bijeengebracht, bezorgd en uitgegeven door Hilarius Bogbinder. Deze stadia zijn geen apart van elkaar staande existentiesferen, maar ze vormen etappes naar zelfwording. Het esthetische stadium is het stadium van het onmiddellijke en passionele leven. Hier is de zintuiglijk levende mens actief, die leeft voor het genot, de consumptie of het prestige. Op deze manier heeft hij zo min mogelijk last van het bewustzijn dat er nagedacht moet worden over wie je zelf bent.

De ethische mens beseft dat hij keuzes kan maken. Hij is een eerlijke en verantwoordelijke persoon. In het religieuze stadium is de mens zich bewust van de paradox van het geloof in God.’

 

De ziekte tot de dood. Een christelijk psychologische uiteenzetting tot opbouwing en opwekking door Anti-Climacus. Wat betekent het voor de mens om te existeren en op welke manier kan die mens zijn existentie op de juiste manier voltrekken. Als mens ben je het resultaat van  genen en opvoeding, van mogelijkheid en noodzakelijkheid. Die twee elementen staan in een bepaalde verhouding tot elkaar. Het zelf is volgens Anti-Climacus de verhouding tot die gegeven verhouding. Het gaat erom dat het zelf tot een evenwicht en rust komt. Als dat niet gebeurt dat is er sprake van vertwijfeling.