door RIJK SCHIPPER (Bron: PUP, nummer 1)

Kan elke misstap worden vergeven of zijn er grenzen aan de vergeving? Is vergeving iets algemeen menselijks of toch ook iets typisch christelijks? Zware vragen, die passen bij het thema Vergeving.

Vele jaren geleden doodde de dichter Gerrit Achterberg zijn hospita en haar dochter. De moord vond plaats in de Utrechtse Boomstraat. (Macabere omstandigheid: één straat verderop bracht een afgewezen geliefde vorig jaar zijn vriendin om het leven, een gebeurtenis die de nationale pers haalde.) Na zijn daad liep Achterberg volkomen overstuur het Wilhelminapark in, om zich vervolgens aan te geven bij de politie.
Enkele jaren geleden kwam de zedendelinquent Benno L. op vrije voeten, na het uitzitten van een gevangenisstraf. Ons rechtssysteem wil immers dat iemand een kans krijgt weer enigszins deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer. Maar buurtbewoners dachten daar anders over. Zij wilden niet dat deze ‘kinderverkrachter’ in de wijk kwam wonen, zeker niet in de buurt van een school. Ze dreigden met geweld. Ere wie ere toekomt: leden van de plaatselijke PKN hebben toen ploegen geformeerd om L. te begeleiden als hij zijn huis verliet. Zouden wij dat ook kunnen opbrengen?

Overspel
Hoe pakt Jezus zoiets aan? Johannes 8 verhaalt van de vrouw die is betrapt op overspel en bij Jezus wordt gebracht. Op overspel staat in die dagen volgens de Joodse wet een Taliban-achtige straf: dood door steniging. Kan Jezus het daarmee eens zijn? De vraag van de wetgeleerden en Farizeeërs is sluw, want elk antwoord is verkeerd. Als Jezus zegt: ‘Ja, doe maar’, vervreemdt hij de mensen van zich die hem kennen als de man van de zachtmoedigheid en de andere wang. Antwoordt hij: ‘Nee, onmenselijk’, dan stoot hij zijn traditioneel ingestelde landgenoten af, die in hem een nieuwlichter zullen zien. Wat Jezus dan doet, is dat hij zich voorover buigt en in het zand schrijft. Zo wint hij tijd om met een briljant antwoord te komen.
‘Wie van jullie zonder zonden is, moet de eerste steen maar werpen!’ Kan het zijn dat je wel streng bent voor anderen maar toegeeflijk voor jezelf? Dat je met twee maten meet? Dat zijn vragen die bovenkomen. Het moet worden gezegd dat de Joodse notabelen eerlijk zijn. Eén voor één druipen ze af, omdat ze beseffen dat ze huiswerk hebben te doen. Eerst moeten ze leren met één maat te meten, voordat ze een harde straf als de dood aan anderen kunnen opleggen.

Geboden uitweg
Jezus acht de vrouw wel degelijk schuldig. Hij verkondigt geen moreel relativisme in de stijl van: ‘Ik begrijp wel dat je een tweede liefde wilde, dat is niet erg’. Het is wél erg, want de vrouw heeft schade toegebracht aan de gevoelens van haar partner en aan haar eigen geloofwaardigheid. Maar Jezus zegt niet dat de straf nu ten uitvoer moet worden gebracht. In plaats daarvan zegt hij tegen de vrouw: ‘Ga heen en zondig vanaf nu niet meer’. Preciezer vertaald zegt het Grieks: ‘Ga op weg!’ Daarmee zegt Jezus: ‘Er was geen uitweg voor je, maar ik heb je die gegeven. Ga die weg dan ook en verbeter je leven!’

Pekelzonden
Het kan zijn dat u nogal beduusd bent door de ernst van de gevallen die de revue zijn gepasseerd. Maar als we het uitzonderlijke naar het gewone trekken, mag een gevoel van dankbaarheid overheersen. Want ook wij hebben onze pekelzonden: de kleine overtredingen van alledag. Die staan onze geestelijke groei, onze persoonlijke progressie, in de weg. Misschien zijn we te ongeduldig geweest, te opvliegend, of hebben we bij het nemen van een beslissing eerst aan onszelf gedacht. Ook voor ons geldt: ga op weg en verbeter je leven.
Resteert de vraag wát Jezus in het zand schreef. Mogelijk was het een lied, bijvoorbeeld Psalm 43. Het begin daarvan luidt: ‘Verschaf mij recht, O God, vecht voor mijn zaak’. Dat is in de eerste plaats van toepassing op de vrouw, want haar situatie is menselijk gesproken uitzichtloos. Haar bede wordt verhoord in de gestalte van Jezus, Gods gezant. Ook is Psalm 43 van toepassing op Jezus zelf, omdat ook hij zal worden aangeklaagd. In zekere zin is dat een omkering van het geval van de overspelige vrouw. De onschuldige Jezus wordt daadwerkelijk veroordeeld, tot de dood – weliswaar niet door steniging maar door kruisiging. En zelfs dan zullen zijn laatste woorden zijn: ‘Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.’

Mateloze vergeving
Kunnen we elke misstap vergeven? Gaan we de grenzen van de ethiek niet te buiten als we een crimineel in bescherming nemen tegen de volkswoede? Handelen we niet onverantwoord als we iemand laten gaan met de aansporing: beter je leven? De Vlaamse auteur Paul Moyaert heeft hiervoor een treffende uitdrukking ontwikkeld: de mateloosheid van het christendom. De christelijke naastenliefde roept op tot het liefhebben van je vijand en tot onuitputtelijke vergeving. In onze verhouding tot God beginnen we met een niet in te lossen schuld. Daardoor geven wij op onze beurt meer aan onze naaste dan waartoe wet en ethiek ons verplichten.
Zo zien we tegelijk het antwoord op onze tweede vraag: is vergeving algemeen menselijk of typisch christelijk? Met Moyaert stel ik dat naastenliefde níet in het verlengde ligt van een gewone altruïstische houding. De christelijke liefde, en dus ook vergeving, gaat de perken te buiten. Dat leidt tot onbegrip en ergernis bij wie deze weg niet wil gaan

Lied in het zand
De omstreden dichter Gerrit Achterberg was natuurlijk intensief bezig met vragen omtrent schuld, boetedoening en vergeving. Hij schreef hierover een gedicht met de titel: ‘En Jezus schreef in het zand’. Volgens hem schreef Jezus een lied op de grond, een gedicht. De laatste regels van Achterbergs gedicht luiden:

Zondig niet meer, zei Hij, ik oordeel niet.
Ga heen en luister, luister naar het lied.

En Hij stond recht. De woorden lieten los
van hun figuur en brandden in de blos

waarmee zij heenging, als een kind zo licht.
Zo geestelijk schreef Jezus zijn gedicht.

(Bron: Het gedicht En Jezus schreef in het zand, 1947)