Dit is een artikel uit het nieuwste nummer van WIJS. Wijs is het blad van de Oecumenische Janskerkgemeente, Utrecht.
Het thema van deze WIJS is Omkeren. De ‘werkelijkheid’ omkeren vergt soms lef en vasthoudendheid. Daarover gaan de verhalen in deze Wijs. Deze pastorbijdrage gaat in op de bijbelse wortels van de oproep tot inkeer en omkeer, dat ook het thema is van het veertigdagentijdproject. Centraal staat de beweging van ons hart. Waar richten wij ons op? Hoe doe je dat?

De oproep
Mijd het kwade,
doe wat goed is,
streef naar vrede,
jaag die na.

In vijftien lettergrepen – korter dan een haiku – verwoordt Psalm 34:15 de Bijbelse oproep tot omkeer. Een oproep om in beweging te komen, om je af te wenden van wat niet klopt,
om je toe te wenden naar wat wel klopt. Wat er klopt is het hart. De weg van de mens is de weg van het hart. En de weg van het hart is de weg naar de vrede. Psalm 34 roept op om die weg in te slaan en niet meer te verlaten. Hoe eenvoudig.
Maar schijn bedriegt. De oproep tot omkeer klinkt vaak in tijden van nood. Een profeet beklimt de puinhoop en begint te roepen: ”Wij moeten ons leven veranderen.”

Eerste Testament
De eerste profeet die dat doet is Samuël.
“Als het u werkelijk ernst is om terug te keren naar de Heer,
doe dan uw vreemde goden zoals Astarte weg
en richt u met heel uw hart naar de Heer.
Dien hem alleen,
dan zal hij u bevrijden uit de greep van de Filistijnen.”
(1 Samuël 7:3)
Samuël doet een oproep aan het volk. Het volk is collectief de weg kwijt en terecht gekomen in een samenleving waarin mensen niet meer tot hun recht komen. Die maatschappelijke onrust en sociale verwarring is begonnen bij de leiders van het volk. Machtsmisbruik en zelfverrijking hebben ontwrichtend gewerkt. Buitenlandse mogendheden hebben daar dankbaar gebruik van gemaakt met nog meer verval tot gevolg.
In die ellende voert het volk een ritueel uit. Ze putten water en gieten dat voor de Heer uit.
Klaagliederen 2:19 duidt die handeling als “je hart uitstorten als water”. Verder vast het volk de hele dag en het erkent: wij hebben gezondigd tegen de Heer.

Collectief en individu
De eerste profeet in het Nieuwe Testament, Johannes de Doper, voert ook een ritueel met water uit. En ook hij doet eerst een oproep: “Laat je dopen, kom tot inkeer, om vergeving van zonden te krijgen.” Dit keer is de oproep niet collectief, maar individueel. Elk mens wordt aangesproken en opgeroepen om te veranderen.
De evangelist Markus verbindt die oproep met de profeet Jesaja: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden.” Kortom: elk individu draagt bij aan het collectief. Johannes wijst elke mens op zijn of haar verantwoordelijkheid om mee te werken aan het visioen van vrede. En de eerste stap op die weg is de doop. Afwassen wat niet deugde, je leven opschonen en opnieuw beginnen.
Ook hier gaat het er om je los te maken van wat je in de greep houdt, van wat je klemzet, van wat je weerhoudt om de weg van de vrede op te gaan.

Moralistisch
Natuurlijk kunnen we ons deze oproep van het lijf houden door hem te diskwalificeren als moralistisch. En de ervaring met hypocriete gezagsdragers – van regeringsleiders tot ouders – maakt de allergie voor woorden als ‘bekering’ en ‘zonde’ begrijpelijk.
Maar de onversneden atheïst David van Reybrouck vraagt ons om onze afkeer van moraal even in te slikken en te luisteren naar religieuze leiders als Paus Franciscus, die in zijn encycliek Laudatio Si ook een oproep doet: “Wij moeten opnieuw voelen dat wij elkaar nodig hebben, dat wij een verantwoordelijkheid hebben jegens de ander en de wereld, dat het de moeite waard is goed en eerlijk te zijn. Wij hebben al te lang verkeerd in een moreel verval
door een spelletje te spelen met ethiek, goedheid, geloof, eerlijkheid, en het moment is gekomen om te erkennen dat deze vrolijke oppervlakkigheid ons tot weinig heeft gediend”.
“Wat een opdracht om in deze tijden te leven”, stelt Van Reybrouck en hij citeert naast de Paus o.a. ook de Dalai Lama, Bisschop Tutu en Karen Armstrong. Hij eindigt zijn ode aan religieuze leiders met de klemmende oproep: ”Wij hebben alle wijsheid nodig die er is”. *

Je doel missen
De oproep om terug te keren op de weg van het hart is dus van ooit, van gisteren en van vandaag. En hij klinkt collectief en individueel. Als je die oproep laat binnen komen,
realiseer je je dat je dus van die weg van het hart bent afgedwaald. Je hebt je doel gemist. En dat is ook precies wat het woord ‘zonde’ betekent: je doel missen. In het verlengde daarvan betekent omkeren dus: verleg je weg, stel je richting bij. Kortom: wees gericht op verandering. Want je kunt je vergist hebben, Je kunt ongelijk hebben, je kunt misleid zijn, je kunt iets niet begrepen hebben, je kunt een ander over het hoofd hebben gezien of tekortgedaan.
Maar het goede nieuws is: je kunt veranderen. Padraíg Ó Tuana vertaalt die oproep tot verandering als: “Wordt spiritueel volwassen, neem verantwoordelijkheid”. **

De weg van het hart
Zo verstaan wordt de oproep tot omkeer spannend. Zowel voor jezelf als voor de samenleving. Psalm 34 wordt persoonlijk en maatschappijkritisch:

Mijd het kwade,
doe wat goed is.

Het is een oproep tot zelfonderzoek: wat houdt mij in de greep, wat weerhoudt mij van het goede, wanneer verspeel ik de heelheid. Bij het zoeken naar een antwoord op die vraag,
kun je oog in oog komen te staan met je angst of met je onverschilligheid of…
Wie dat wil veranderen ervaart vaak hoe moeilijk dat is. Omdat je geconfronteerd wordt met je angst als overleving of onvervuld verlangen, of nooit gekregen erkenning of…
Tegelijkertijd is psalm 34 mild: Streef naar vrede.
Die vrede begint bij jezelf. Niet voor niets beginnen de rituelen van de profeten met water,
met het uitstorten van je hart en het opschonen van je geschiedenis.
Je mag opnieuw beginnen. Zo word je op de weg gezet, Opnieuw in de richting van het doel: vrede. Met als opdracht: jaag die vrede na.

Parels
Het gaat er dus niet om, om steeds alle fouten te benadrukken. Wie dat doet vervalt in moralisme en zelfkwelling. Daar schiet het visioen van vrede niet mee op. Rabbi van Ger spreekt daarover op Grote Verzoendag: “Ja gezondigd, nee gezondigd, wat heeft de hemel daaraan? In de tijd dat ik daarover tob kan ik toch parels rijgen, de hemel tot vreugde?”
Daarom staat er: Laat af van het kwade en doe het goede. ***

Kees van der Zwaard
keesvanderzwaard@janskerkgemeente.nl
foto: Holocaustmonument Berlijn

* David van Reybrouck, Odes, Amsterdam 2018, p,141-146.
** Padraíg Ó Tuana Verhalen van liefde en alles wat schuurt, Middelburg 2019, p.203
*** Martin Buber, De weg van de mens, Cothen 2010, p.44

Dit is een artikel uit het nieuwste nummer van WIJS. Wijs is het blad van de Oecumenische Janskerkgemeente.

De nieuwe Wijs gaat over Omkeren. De ‘werkelijkheid’ omkeren vergt soms lef en vasthoudendheid. Daarover gaan de verhalen in deze Wijs. In de pastorbijdrage van Kees van der Zwaard staat een oproep tot zelfonderzoek. Wees gericht op verandering.
Als de werkelijkheid anders is dan je lief is, kan de methode van het ‘omdenken’ ook heel bruikbaar zijn. Uitgangspunt is: er is geen probleem, er is een feit en wat zijn de mogelijkheden. Voorbeelden uit het dagelijks leven en uit de Bijbel tonen aan dat die wijze van benaderen perspectief biedt.

Heb je nog geen abonnement? Mail voor een proefnummer naar het secretariaat van de Oecumenische Janskerkgemeente.