Oeke Kruythof, dichter

Interview door Hélène Timmers

Oeke Kruythof (80) is een prijswinnende Utrechtse dichteres. Momenteel worden haar gedichten op verschillende podia gedeeld, waaronder op www.depup.nl. Een verhaal over het ware thuiskomen, na vele omzwervingen.

Inzicht 1: Liturgie is een gesprek met God

“Ik ben opgegroeid in een klassiek gereformeerd gezin. Mijn ouders stonden voor een christelijk leven. Goed zijn voor je naasten vonden ze belangrijk. Twee keer in de week stond mijn moeder vroeg op, dan ging ze koffie zetten voor de vuilnismannen. Die stonden dan bij de voordeur koffie te drinken.
In mijn jeugd waren er natuurlijk allemaal regels. Wij fietsten bijvoorbeeld niet op zondag.
Daartegenover stond dat mijn ouders liberaal dachten. Zo hadden we katholieke buren en met een van die dochters was ik bevriend. Onze moeders konden het ook goed vinden en ze hielpen elkaar als er problemen waren.
Op de mulo had ik een leraar Engels die ons aanspoorde om eens naar de Engelse kerk te gaan. Ik ging daar als meisje van 13 jaar naartoe. Het was een openbaring voor me. Ik vond het natuurlijk wel Rooms: de preek duurde maar zeven minuten. Er werd ook veel gezongen, terwijl het in de gereformeerde kerk allemaal om de preek ging. De dominee maakte daar zelfs van de gebeden nog een preek. Toch voelde ik gelijk: dit is wat ik zoek. Zo moet de liturgie zijn; een soort antwoord, een gesprek met God. Niet dat de hele dienst door de predikant ingevuld wordt.
Vanaf dat moment ging ik af en toe naar de Anglicaanse kerk. Mijn ouders vonden het eerst een beetje vreemd natuurlijk, maar later werd het allemaal wat losser en raakten ze eraan gewend. Ze zijn ook wel eens meegegaan naar een kerstdienst. Nu ik oud ben geworden, ga ik nog steeds één keer per maand naar de Anglicaanse kerk.”

Inzicht 2: Durf los te laten wat niet bij je past

“Toen ik klein was, speelde ik vaak schooltje. Het stond dus al vroeg vast dat ik onderwijzeres wilde worden. Ik ging naar de gereformeerde kweekschool. Toen ik in de derde klas zat, moest ik uit hospiteren. ‘Uit kweken’ heette dat. Vanaf het eerste moment voelde ik al dat ik zo’n klas met dertig kinderen helemaal niet aankon. Ja, ik kon de lesstof heel mooi uitleggen en zolang de juffrouw achterin de klas zat ging het prima. Maar zodra zij haar hielen lichtte wist ik totaal niet hoe ik de kinderen in bedwang moest houden. Zó had ik een jongen in de hoek gezet, zo zat hij weer op zijn eigen plaats. Vreselijk.
Toen ben ik met de leraar pedagogiek gaan praten om te vertellen dat ik geen onderwijzeres zou worden. Hij had natuurlijk ook wel in de gaten hoe het ging en gelukkig had hij er begrip voor. Maar hij zei wel: ‘Als je er niks voor voelt, moet je het niet doen. Maar zet nog één jaar door, dan heb je toch een mooi diploma.’ Ik heb dat diploma gehaald en ben toen ambtenaar bij de provincie geworden.”

Inzicht 3: Een geestelijke gevangenis is erger dan een lichamelijke

“Ik kreeg verkering met William, een man uit Noord-Ierland die in Belfast woonde. We ontmoetten elkaar regelmatig in Londen. Ik wist dat hij bij een strenge protestantse kerk hoorde. In het Nederlands kenden we die als de Vergadering der Gelovigen. Maar in Londen hadden we het daar nooit over. Ik begreep wel van hem dat er regels waren. Je mocht je bijvoorbeeld niet opmaken, moest altijd een hoedje op als je naar de kerk ging en ze hadden geen kerkorgel. Maar ik was verliefd, en dat waren maar kleinigheden. Dacht ik.
Voordat we gingen trouwen heb ik eerst nog een poosje gewerkt in Belfast. Ik had mijn baan in Utrecht opgezegd en ben daar au pair geworden. Vijf maanden heb ik dat volgehouden, maar ik kwam er steeds meer achter dat ik niet paste in dat kerkelijke milieu.
Och, ik kwam daar steeds verder in het nauw. Ik kende er ook niemand. Ik heb nog geprobeerd er met een dominee van een soort gereformeerde kerk over te praten, maar toen ik bij de pastorie aanbeland was, stond die te koop en de dominee was weg. Dat heb ik maar als een teken beschouwd dat ik weg moest gaan.
Het is een moeilijke beslissing geweest om mijn verloving te verbreken, maar ik heb er nooit spijt van gehad. Het was zo’n enge, gesloten wereld waar ik in terechtgekomen was. Toen merkte ik wel dat een geestelijke gevangenis erger is dan een fysieke. Als je geestelijk gevangen zit, zit je pas echt vast. En als je in zo’n gevangenis komt te zitten blijft er van de liefde ook weinig over.”

Inzicht 4: Je bent nooit te oud om aan iets nieuws te beginnen

“Ik ben begonnen met dichten toen ik vijftig was. Een vriend nam mij mee naar het Schillertheater in de Minrebroederstraat. Daar kwam ik tussen allemaal dichters terecht. En daar zat ik dan, in dat zaaltje. Er was een open podium en allerlei mensen droegen hun gedichten voor. Die dichters lieten echt het binnenste van hun ziel zien, zo voelde ik dat. Er waren gedichten op allerlei terreinen: van erotiek tot goddelijk. Dat vond ik zo prachtig. En toen besefte ik dat ik vroeger eens een gedicht had geschreven toen een goede vriend van mij overleed en dat daar troost van uit ging. Ik ben lid geworden van de dichtersvereniging en vanaf dat moment ben ik gedichten gaan schrijven. Dat was echt een omslagpunt in mijn leven.”

Inzicht 5: God is nooit veraf

“Gedichten komen op vanuit iets wat me ontroert. Dat kan iets zijn wat ik onderweg tegenkom, bijvoorbeeld in de natuur. Dan zie ik een vlinder fladderen en komt daar een gedicht over. Soms zit ik in de bus en komen de woorden zo vanzelf bij me. Als een mooie zin in me opkomt moet ik hem ook gelijk opschrijven. Als ik dat niet doe, ben ik hem kwijt. Zo’n zin komt dan ook nooit meer terug. Ik heb dus altijd papiertjes bij me.
Ik kan ook ontroerd raken door een heel goed gesprek, door een prachtig contact. Dat is eigenlijk een mysterie, dat probeer ik dan in woorden te vangen. Zo’n ontmoeting is voor mij een stukje hemel op aarde. Als de hemel later net zo mooi is, ben ik helemaal tevreden.
Ik probeer het goddelijke naar de aarde te halen. In mijn gedichten is God nooit veraf, maar altijd heel dichtbij. Ik schrijf omdat ik graag vast wil houden wat me ontroert. Wat is taal toch mooi, dat je gewoon met letters zo’n ervaring kan vasthouden en neerschrijven.”

Inzicht 6: Je hoeft niet alles te begrijpen om God te ervaren

“Vorig jaar was ik op bezoek bij een hele lieve vriendin. Ons gesprek kwam op muziek en ik vertelde dat ik zoveel houd van de Engelse kerkmuziek, maar ook van het Gregoriaans. Haar man komt uit Kameroen en vertelde dat zijn vader vroeger in Kameroen Gregoriaans zong. Dan ging hij met zijn vader mee en luisterde hij naar zijn vader en de priester. Hij begreep daar geen woord van, maar zei hij: ‘Het was net of God mij omcirkelde.’ Dat vond ik zo prachtig gezegd. Dat woord omcirkelen wekte mijn ontroering en zodra ik thuiskwam heb ik daar een gedicht over geschreven.
Je hoeft niet alles letterlijk begrijpen om God te ervaren. Vroeger heb ik dat in de gereformeerde kerk natuurlijk heel anders meegemaakt. Wij moesten nog de Heidelbergse catechismus zondag aan zondag uit ons hoofd leren.”

Inzicht 7: Opstanding vind je in kleine dingen

“Iemand nam mij mee naar de paasviering in de Russisch Orthodoxe kerk. Daar ontdekte ik eigenlijk pas de opstanding. Die miste ik tot die tijd. Natuurlijk werd Pasen bij de Gereformeerden en de Anglicanen gevierd, maar bij de Russisch Orthodoxen is het Pasen het hele jaar door. Dat feest doorstraalt alle liturgie. Zo moet het ook in de oude kerk geweest zijn.
De opstanding is een gegeven waar ik verder mee kan. God is mens geworden en heeft in Jezus alles aan lijden en duisternis in deze wereld meegemaakt. Mét Hem kan je opstaan, vanuit de duisternis in het licht. We krijgen opstandingskracht om in onze wereld staande te blijven als ons iets overkomt.
Het lijden hoort bij deze wereld, daar kunnen we niet onderuit. Maar we kunnen er wel op een andere manier tegenover staan en in elk aspect van het lijden ook een stukje opstanding zien. Zelfs in zoiets simpels als het opschudden van een kussen voor een zieke.
Toen mijn vader stierf stond een goede vriend naast me bij de kist en toen sloeg hij zijn arm om me heen. Dat simpele gebaar werd de zin voor een nieuw gedicht: ‘In mijn nood is God de arm om mij heen geslagen.’ Ja, zo voel ik dat. Het ontroert me nog steeds.
De gedachte aan de opstanding heeft mijn gewone leven beïnvloed, maar ook mijn poëzie. Ik probeer in de taal altijd van het duister naar het licht te gaan. Dus al begin ik een gedicht nog zo droevig, het eindigt altijd dat in het licht. Het licht van de opstanding.”

Kijk voor meer poëzie van Oeke Kruythof op http://oekekruythof.nl